Wittgenstein als componist

Wittgenstein als componist

Wittgenstein schreef Tractatus Logico-philosophicus, een moeilijk te doorgronden logisch denksysteem opgebouwd uit vele stellingen. Hij zet uiteen wat zinvol en zinloos taalgebruik is. Zinvolle taal gaat over waarneembare kennis van de wereld. Voor andere (overigens zeer belangrijke) zaken als schoonheid, religie en ethiek geldt dat onze taal zich daar niet voor leent. Met deze conclusie meende Wittgenstein de grootste filosofische problemen opgelost te hebben en trekt zich terug uit de filosofie.

Na een periode als tuinman, -architect en schoolmeester keert hij echter terug in de wetenschap: als hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge. In zijn boek  Filosofische Onderzoekingen denkt hij verder na over de verhouding tussen taal en werkelijkheid, maar die is ingewikkelder dan hij eerder stelde. Wittgenstein heeft het over taalspel: de betekenis van woorden is afhankelijk van de situatie waarin ze gebruikt worden.

Ludwig Wittgenstein is een belangrijke Joodse denker uit de 20e eeuw en zijn filosofische werken omvatten vrijwel het hele menselijk denken en handelen, met nadruk op de logica. Weinig mensen echter weten dat muziek een hoofdrol speelde in zijn leven. Hij groeide op in een muzikale familie, waar grote componisten als Brahms en Mahler over de vloer kwamen. Zelf speelde Wittgenstein klarinet en hij componeerde vier maten en minder dan dertig seconden duurt zijn muziekstuk, getiteld ‘Leidenschaftlich’, dat hij met potlood tussen zijn filosofische aantekeningen krabbelde.

Waarom drukt Wittgenstein zich tussen zijn filosofische bespiegelingen plotseling in muziek uit? Misschien moeten we hem niet als filosoof zien maar als kunstenaar, die ons juist op andere uitingsvormen dan taal wijst. Want soms schieten woorden tekort.

(bron: denieuweliefde.com)

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.