Tover

Tover

De grond die mijn grond was, ergens ter wereld, heb ik betoverd toen ik een man uit het noorden hoorde zingen, en als je naar hem luisterde, dan zag je het allemaal, dan zag je de valleien, de bergen rondom, de rivier die traag omlaag stroomde, de sneeuw in de winter, de wolven ’s nachts, toen die man ophield met zingen hield mijn grond op, voorgoed, waar het ook is. De vrienden waar ik naar heb verlangd heb ik betoverd door voor jou te spelen, en met jou die ene avond, in het gezicht dat je toen had, in je ogen, heb ik ze gezien, allemaal, mijn geliefde vrienden, toen jij bent weggegaan zijn zij met jou weggegaan. – Novecento, novelle –

 

Pure kennis van zaken,

uiterste precisie, wel-

omlijnd staan de woorden

op papier in inkt, in

 

groot verband een klein

verhaal van ergens ooit

vernomen, geregeld

achter voor binnen.

 

Het papier van boek

uit boom gehaald, is

droog hoog lachend

opperste schater schalt.

 

Water valt lang, het

geheugen weet waar

waarheid slaapt, daar.

 

BT

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.