Mozart als cijfercode

Mozart als cijfercode

[Uit: Eric-Emmanuel Schmitt, Mijn leven met Mozart]

ericschmitt3Toen je in mijn leven kwam, was het niet de eerste keer dat ik je ontmoette. Integendeel. Je was me al vertrouwd, zoals een gezicht dat je in het voorbijgaan hebt gezien maar nooit hebt aangekeken, iemand die je bekend voorkomt maar die je niet herkent, een buurman op wie je nooit zo had gelet.

De platen thuis en de radio hadden me al met jou in contact gebracht. (…) Ik hoorde je en hoorde je niet. Die doofheid merkte ik trouwens al gauw ook bij anderen op. (…) Zo maken overweldigende ervaringen vreemde omwegen: altijd wispelturig, eigenaardig, van korte duur en ongewoon, volgen ze een chaotisch pad; voor sommigen zijn het openbaringen, voor anderen nietszeggende ogenblikken.

Jij bent dus een vertraagde blikseminslag geweest, Mozart.

Zo’n blikseminslag heeft te maken met vooruitzien…

De tijd kreukelt, kronkelt, en dan opeens, in een flits, komt de toekomst te voorschijn. We ontsluiten niet de herinneringen aan gisteren, maar de herinneringen aan morgen. ‘Dit is de grote liefde van de jaren die voor mij liggen.’ Dat is een blikseminslag: het besef dat je iets overweldigends, intens, wonderbaarlijks met iemand te delen hebt.

(…) Je drukt je zo levendig uit dat een schoolse geest je soms niet kan horen en doof blijft voor je diepgang, je spirituele ernst, je intense gevoel voor de dood.

(…) Precies op dat moment zei jij Ave, verum corpus en gaf je dit ogenblik een religieuze betekenis. Religieus ben ik nauwelijks. Toch drong je aan, melodieus en met een onverbiddelijke tederheid, en dwong je me tot een kritisch zelfonderzoek. Waarom vier je Kerstmis, vroeg je me. Waarom geef je zoveel geld uit? Antwoorden drongen tot mijn geweten door en maakten me bang. Terwijl ik de hele dag gedacht had dat ik een goed mens was, kwam ik tot de ontdekking dat ik vooral erg tevreden was over mezelf: ik verdoezelde het egoïsme dat mijn gedrag het afgelopen jaar had bepaald, ik compenseerde met cadeaus de goede voornemens die ik niet had gehad, de telefoontjes die ik niet had beantwoord, de uren die ik niet aan anderen had besteed. In plaats van een en al gulheid te zijn, kocht ik mijn gemoedsrust af. De koortsachtigheid waarmee ik geschenken kocht had niets christelijks: het was een weloverwogen investering om mezelf een goede reputatie te verschaffen. Ik wenste geen vrede, ik haakte alleen naar vrede voor mezelf.

Maar jij herinnerde me eraan dat we de geboorte vierden van een god die over liefde spreekt… of ik er nu in geloofde of niet, in die god van liefde, doet er niet toe; voor zover ik mezelf toestond Kerstmis te vieren, moest ik op z’n minst het feest van de liefde vieren… Ik had het begrepen. Ook al wogen de pakjes na afloop van het gezang nog even zwaar in mijn ingesneden handpalmen, ze hadden een andere betekenis gekregen: ze waren met liefde beladen.

De vredige koorzang die de veteranen ten gehore hadden gebracht, wees me op een wereld waarvan niet ik het middelpunt was, maar waarvan de mens het middelpunt is. Het gezang vertolkte aandacht van mensen voor mensen, oog voor onze kwetsbaarheid, onze sterfelijkheid. Dat zeiden de schildpadden met hun wollen mutsen onder het portaal van de Saint-Pierre.

In de donkere nacht van koude en ouderdom waren we broeders in broosheid. Jij liet me zien dat er een vermenselijkte wereld is, die zijn eigen feesten, regels, geloofsovertuigingen en ontmoetingen vaststelt, waar stemmen in harmonie samengaan om een schoonheid voort te brengen die alleen uit eendracht en eensgezindheid kan ontstaan, als resultaat van een gezamenlijke zoektocht, een afgesproken doel, een gedeelde emotie… Plotseling werd er een andere wereld zichtbaar naast die van de natuur, de natuur die door vorst, kou en duisternis kon worden weggevaagd. Een verzonnen wereld, de onze. Die wereld weerspiegelde jij, schets jij in je muziek. Misschien schiep je hem wel.

In dat koninkrijk – dat het christendom en het jodendom overstijgt, dat niks met godsdienst te maken heeft – wilde ik geloven.

Vandaag de dag weet ik niet of God of Jezus bestaat. Maar jij hebt me ervan overtuigd dat de Mens bestaat. Of het verdient te bestaan.

(…) Van je gevoel maakte jij een meesterwerk. Het verdriet was in schoonheid veranderd.

Ik leunde met  mijn rug tegen de leren achterbank, legde mijn hoofd achterover en liet mijn tranen de vrije loop. Huilen, eindelijk. Sinds ik van nabij meemaakte hoe mijn dierbaren met de dood worstelden, had ik niet meer gehuild. Huilen. Daarna accepteren. Dankzij jou accepteerde ik. Ja, ik geloof dat ik ook accepteerde. (…)

Het onvermijdelijke verdriet accepteren. Berusten in de tragiek van het bestaan. Je niet schrap zetten tegen het leven door het te ontkennen. Niet meer dromen dat het leven anders is dan het is. Je aanpassen aan de realiteit. Wat die ook is.

Jij schenkt me de wijsheid om ‘ja’ te zeggen. Vreemd, dat ‘ja’ terwijl mijn eeuw, mijn intellectuele vorming, onze ideologieën mij laten geloven dat je sterk bent als je ‘nee’ zegt.

Vanavond heb ik mezelf vergeven. Vergeven dat ik niet bij machte ben de wereld te veranderen. Vergeven dat ik de strijd niet kan aanbinden met de natuur als die ons te gronde richt. Vergeven dat mededogen mijn enige wapen is. Vanavond heb ik mezelf vergeven dat ik een mens ben.

(…) Vannacht ging ik dankzij jou terug naar die weldadige bron, die voorouderlijke wijsheid, die wijsheid die bestaat uit liefde voor het ware, liefde voor de werkelijkheid zoals die is.

(…) Als jij je in een personage inleeft, vel je er geen oordeel over, maar schenk je het je sympathie, geef je het de ruimte. (…) Bij jou wordt de vreemdeling onze naaste. Je kunt alles vertellen omdat je alles tastbaar maakt.

(…) Een meester in complexiteit, dat ben je. Nauwkeurig wijs je ons op de uitersten waaruit wij bestaan, de spanningen waaruit wij zijn opgebouwd.

(…) Je bent mijn geheim geweest, daarna mijn talisman; ik hoop dat je mijn ijkpunt zult worden.

Ik zou graag jouw ideaal bereiken, het ideaal van een eenvoudige, toegankelijke kunst, die eerst bekoort en dan aangrijpt. (…) In kunstwerken heeft er altijd een tweedeling bestaan tussen edele kunst en populaire kunst, of het nu ging om literatuur, schilderkunst of muziek. En altijd geeft Mozart de oplossing. (…) Muziek die uitsluitend lichtvoetig is, verveelt. Muziek die uitsluitend ingewikkeld is, verveelt ook. Tussen die twee gescheiden werelden heb je een brug geslagen met je muziek, die gemakkelijk in het gehoor lijkt te liggen maar in wezen heel diepzinnig is.

(…) Toen ik niet in God geloofde, genoot ik van Die Zauberflöte als zuivere muziek, een van de mooiste stukken die ik kende. Ik was er toen al verrukt van.

Nu ik wel gelovig ben, is dit het lied van mijn geloof, een lied dat naar de hemel opstijgt, over deze aarde die zoveel tranen laat vloeien, een gelukkig lied dat alsmaar doorgaat, zuiver, steeds opnieuw inzet, als de vlucht van een leeuwerik in de blauwe lucht. Deze muziek is als een bron en leidt naar een oorspronkelijke tederheid, een tederheid waaruit alles voortvloeit, een overdadige, allesomvattende liefde, de tederheid van de Schepper.

(…) In jouw muziek hoor ik twee liederen: het lied van het schepsel en het lied van God (…) Het lied van God is het gezichtspunt van de Schepper. Het lijkt mij dat je soms dat niveau bereikt. Een niveau waar geen gevoelens meer bestaan, dat daarboven uitstijgt, het allesoverheersende gezichtspunt, eindelijk vrede… Al luisterend naar het adagio van het 21e pianoconcert kon ik dankzij jou deze wereld meer dan eens ontvluchten om mijn toevlucht te zoeken bij God.

(…) Al luisterend naar Die Zauberflöte heb ik het wijsje uit mijn kindertijd eindelijk teruggevonden.

Een doelloos duet, een duet met ingetrokken klauwen, zonder naar elkaar te blazen, zonder liefkozingen, een duet zonder wellust, een duet dat noch voorspel, noch naspel van de paring is… Meer een universeel liefdesduet dan de vertolking van zelfzuchtige onderonsjes… dat heeft iets zuivers, iets vrooms… De liefde bezongen als een heilig goed. De offerande.

Daarom konden twee kinderen het met hart en ziel zingen! De man geeft hoog op van de liefde, de vrouw ook; toch verwachten ze nu even geen van beiden iets van de ander. Geen strategie. Handen thuis. Liefde die verder reikt dan seksualiteit. De liefde die kinderen begrijpen en ervaren, terwijl wij volwassenen daaraan voorbijgaan om ons over te geven aan onze woeste kronkelingen, die soms genot verschaffen, maar nooit voor lang.

(…) In Die Zauberflöte is de kindergeest aanwezig. Wat is dat dan? Om dat te begrijpen moet je dikwijls hebben vertoefd in dat randgebied waar liefde de mensen met elkaar verbindt, een zoete wereld van liefkozingen, slaapliedjes, armen waarop je in slaap valt. Onder die hemel word je net zo gelukkig wakker als je in slaap valt, geef je je hartstochtelijk over aan het spel, doe je alles met overgave, geniet je met volle teugen van elk ogenblik van de dag. Het overheersende gevoel in dit liefdevolle oord is vertrouwen. Je twijfelt er niet aan dat de mensen van je houden. Je twijfelt er niet aan dat de dingen zin hebben. Je twijfelt er niet aan dat er antwoorden zijn op de vragen die je je stelt. Als je studeert, doe je dat niet om te kunnen eten of aan de armoede te ontsnappen, maar vooral om je ouders tevreden te stemmen. Als je straf krijgt, krijg je die van de hand die je even later zal liefkozen of een koekje zal geven. En al kent de kindertijd ook momenten van hevige schrik, van angst voor wreedheid, van verzet tegen onrecht, toch heerst er een intens, stralend vertrouwen.

De kindertijd is een vorm van metafysica, de overtuiging dat er een orde is, een zin, een welwillende geest die over ons waakt, die bewonderde en gevreesde grote mensen die zoveel geheimen bewaren. De wereld lijkt eerder mysterieus dan absurd.

(…) Muziek lenigt onze fundamentele onzekerheid over wat we hier op aarde doen, met dat broze lichaam en die beperkte geest. Omdat muziek rustgevend is, geheel al is gewijd aan het bezingen van het zijn, ontrukt ze ons aan de verleiding van het niet-zijn en zet ons weer op de weg van het leven. (…)

De muzikale ervaring streeft gedeeltelijk hetzelfde doel na als de mystieke ervaring. (…) Je beleeft een moment waarop er eindelijk geen vragen meer zijn. Tijdens een nacht onder de blote hemel, verdwaald in de Sahara, toen ik het gevoel had dat God me gezelschap hield, kwam er plotseling een einde aan het vragen stellen – aan die spanning, die voortdurende kwelling van mijn geest –, en in plaats daarvan voelde ik een weldadige volkomenheid. Het zijn zegevierde over het niet-zijn, de aanwezigheid over de afwezigheid, de klank over de stilte. Net als wanneer ik naar jou luister. Of het nu een mystieke of een muzikale ervaring is, het gaat om een moment dat in de tijd blijft zweven. (…)

Integendeel, je voelt dat een andere orde de plaats inneemt van de orde die je hebt geleerd, een volkomen nieuwe, verborgen logica, waarschijnlijk die van de gevoelens.

(…) Jij hebt me genezen door me een andere weg te wijzen. Toch heb je mijn hang naar het absolute niet weggenomen.

(…) Jouw muziek leidt niet naar muziek, maar naar het humanisme.

(…) Ik schaam me als ik eraan denk dat ik ooit niet durfde toe te geven dat ik van je hield. Een domme terughoudendheid die ik niet meer heb. Door te zeggen ‘Ik hou van Mozart’ geef je jezelf bloot en beken je dat er in het diepst van je ziel nog een vrolijk, blijmoedig kind te vinden is. Door te zeggen ‘ik hou van Mozart’ roep je dat je wilt lachen, spelen, rennen, in het gras rollen, de hemel kussen, de rozen strelen. Mozart betekent vitaliteit, snelle beentjes, een bonzend hart, suizende oren, de zon die ons in een warme omhelzing koestert, het linnen hemd dat vluchtig langs je lijf strijkt, het wonder van het leven. (…)

Nu is het geen bekentenis meer, ik schreeuw het van de daken: Mozart, ik hou van je. En als ik Mozart zeg, zeg ik niet alleen je naam, maar duid ik ook op de hemel, de wolken, de glimlach van een kind, de ogen van een kat, het gezicht van de mensen die me dierbaar zijn; je naam wordt een cijfercode die verwijst naar datgene wat onze liefde, bewondering, verbazing verdient, datgene wat ons beroert en aangrijpt, alle schoonheid van de wereld.

Ik ben nu pas overgestapt naar de partij van het leven. Zoveel tijd is er nodig om tot eenvoud te komen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *