Archief van
Maand: juli 2018

Kinderboekenschrijver Tonke Dragt (87): ‘Als hij die brief maar bezorgt!’

Kinderboekenschrijver Tonke Dragt (87): ‘Als hij die brief maar bezorgt!’

[de Volkskrant; topics.nl, 12|7] Tonke Dragt breekt op haar 87ste internationaal door nu er een Engelstalige Netflix-serie is aangekondigd van haar kinderboek De brief voor de koning. Ze is dolblij met het nieuws, maar zal met een kritisch oog naar de productie kijken.

Volgend jaar meer dan honderd miljoen potentiële kijkers over heel de wereld, wat doet dat met u?

dragtt

‘Krankzinnig dat Netflix mij heeft gekozen. Ik kan het bijna niet geloven.’

Niet niets voor een 87-jarige dame in een verzorgingshuis.

‘Het is allemaal begonnen met de Engelse vertaling van De brief voor de koning in 2013. Achterlijk dat mijn boek daar vijftig jaar op heeft moeten wachten. Ik heb altijd gevonden dat mijn werk in Engeland thuishoort. En ik ben ontzettend blij dat ik mijn gelijk nog mee mag maken. Nu heeft het boek veel meer kansen. Dat de serie er nu komt is natuurlijk te danken aan producent Paul Trijbits. Die is hier al jaren mee bezig.’

Had u weleens van Netflix gehoord?

‘Weinig tot niets. Ik hoop dat ik een abonnement krijg.’

Hebben ze nu veel aan het boek veranderd?

‘Ik ben vreselijk benieuwd wat ze gaan maken en ik vind het natuurlijk ook eng. Ze zijn bij me gekomen in het verzorgingshuis en hebben me de synopsis laten lezen. Maar ik heb natuurlijk het belangrijkste, de dialogen, nog niet gezien. En je weet hoe dat gaat hè. Begin moet je veranderen. Eind moet je veranderen. En het midden ook. Er moet liefde in de film, ik weet het. Dus is de grote liefde van de held Tiuri, jonkvrouw Lavinia, die pas een grote rol speelt in het tweede boek, naar voren gehaald. Ik vind het best. Maar ze mag niet de baas spelen over Tiuri. Als híj die brief maar bezorgt!’

U heeft daar wel kritiek op gehad in Engeland: al die jongenshoofdpersonen.

‘Ik schrijf nu eenmaal graag over jongens. En het zijn de Middeleeuwen, hè? Ik wilde nu eenmaal geen moderne versie van Jeanne d’Arc schrijven.’

Vindt u het moeilijk, dat gesleutel aan uw werk?

‘Een beetje. Maar ik bemoei me er verder niet meer mee. Ik ben daar nu te oud voor. Ik zou ook niet weten hoe.’

Waar bent u het meest blij mee?

‘Dat ze gaan filmen in Nieuw-Zeeland. Daar ben ik nooit geweest. Alleen foto’s van gezien en die zijn prachtig. En de boeken van Tolkien zijn daar ook gefilmd. Dat bevalt me wel! De locaties zijn op dezelfde breedtegraad als waarop Nederland en Engeland liggen, dus in een vergelijkbaar klimaat. Dat vind ik heel belangrijk. Dat het niet ineens op een tropisch eiland speelt, maar in een geloofwaardig landschap voor de Middeleeuwen in het noordelijke deel van Europa. Als ik jonger was geweest, had ik erop gestaan dat ik op de set mocht komen kijken.’

Wat is het belangrijkste dat de makers overeind moeten houden?

‘Dat het over een gewone jongen gaat, niet een held uit een geslacht van helden. Die uit de goedheid van zijn hart een opdracht aanneemt van een zwervende en stervende ridder. Een opdracht die hij niet kan overzien en totaal uit de hand loopt. Hoe hij groeit in die rol. Dat is symbolisch. Iedereen heeft een opdracht, maar we weten niet wat die opdracht is. In het boek komt hij niet eens precies te weten wat in de brief staat. En toch doet hij wat hij moet doen. Daar gaat het om. Zo is het leven.’

 

Monumentale roman

Monumentale roman

Tegen het decor van de turbulente gebeurtenissen in India in de afgelopen 100 jaar vertelt de Moor, half jood, half christen, het adembenemende verhaal van zijn familie, door de specerijenhandel rijk geworden en invloedrijke mensen, die vaak in bizarre en aangrijpende situaties terechtkomen en door liefde veroorzaakte tragikomische verwikkelingen doormaken.

rushdiem
(klik voor leesfragment)

[groene.nl] De ‘halfjoodse’ verteller van Rushdies roman De laatste zucht van de Moor doet al schrijvend en met de dood op zijn hielen oefeningen in gedaanteverwisseling en vermomming. Goed en kwaad vormen een tweeling die niet zonder elkaar kunnen. Op de aan hem gewijde laatste reeks schilderijen van zijn moeder Aurora (de echte naam van Doornroosje!) wordt hij weergegeven als een misdadig en losbandig fantoom, een wandelend spook, ‘leek hij zijn vroegere metaforische rol als vereniger van tegenstellingen, vaandeldrager van het pluralisme, te hebben verloren, niet meer te fungeren als symbool (…) van de nieuwe natie, maar te veranderen in een semi-allegorisch beeld van verval. Aurora was kennelijk tot de slotsom gekomen dat de ideeen van onzuiverheid, culturele vermenging en melange – die het grootste deel van haar creatieve leven voor haar het dichtst de notie van het Goede hadden benaderd – geperverteerd konden worden, behalve licht ook duisternis in zich droegen.’ Salman Rushdie heeft met De laatste zucht van de Moor een monumentale roman geschreven die van de eerste tot de laatste bladzijde een pleidooi wil zijn voor de tolerante onzuiverheid en tegen het intolerante fundamentalisme. Ook in de vorm is het boek onzuiver. Wat is De laatste zucht van de Moor? Een historische roman over koloniaal en postkoloniaal, corrupt ‘loedermoeder India’ die haar kinderen liefheeft en vernietigt? Een luguber sprookje over een invloedrijke familie met joodse, christelijke en islamitische invloeden? Een leerboek over schilderkunst? Een economisch handboek voor de winsthongerigen? Een staalkaart van literaire ontleningen (Joyce, Pynchon, Gaddis)? Een satire op de eindeloze godsdiensttwisten en nationaliteitenhysterie? Een vermomde autobiografie van een naar Bombay hunkerende, ter dood veroordeelde balling? Een Ahasverus-verhaal van een dolende, verdoemde schrijver? De vertelling van een vertraagde val van de verteller, die nota bene twee maal zo snel leeft als normaal is? (..) Dat is het allemaal. Bovendien is deze roman – een virtuoze vermenging van genres, tonen en stijlen – een poging om aan de angst te ontkomen. ‘Door het onontkoombare te aanvaarden verloor ik mijn angst ervoor. Ik zal u een geheim vertellen over angst: het is een absolutist. Bij angst is het alles of niets. Ofwel hij overheerst je leven met een domme verblindende almacht als de eerste de beste gemene tiran, ofwel je overwint hem en zijn macht gaat in rook op. En nog een geheim: de opstand tegen de angst, het ten val brengen van die gemene despoot, heeft eigenlijk niets te maken met “moed”. Er zit iets veel concreters achter: de simpele noodzaak dat je verder moet leven. Ik hield op met bang zijn omdat ik, met mijn beperkte tijd op aarde, geen seconde mocht verliezen aan lafheid.’

 

De Grote Schrijver

De Grote Schrijver

hmulischbax
(klik voor leesfragment)

[boekinfo uitgever] We moeten Mulisch niet herinneren als de arrogante schrijver die er een bijna satanisch behagen in schepte om boeken te schrijven die overlopen van de dubbele bodems en de mythologische verwijzingen, maar als de schrijver die boek na boek werkte aan een oeuvre dat overloopt van de maatschappelijke betrokkenheid. Mulisch was niet De Schrijver die bij leven al een standbeeld wilde zijn dat voor de eeuwigheid geconserveerd moest worden, maar hij was een kameleontisch schrijver die telkens weer een andere gedaante aannam in zijn onvermoeibare pogingen om de raadsels van het leven door het schrijven te doorgronden. Dat hij zijn kameleontische alter ego in de vele media-optredens zo nadrukkelijk verborg achter het masker van de Grote Schrijver, maakte deel uit van zijn ontregelende literaire strategie.

hmulisch3

Hij heeft zijn levensverhaal als een literaire tekst willen vormgeven en deed dat in zijn boeken, maar ook voor de televisiecamera’s en in de kranten. Wie was die man achter dat rookgordijn? Wie was die schrijver van dat prachtige oeuvre?

Blog auteur Sander Bax:

Te midden van de mensen neemt de schrijver een bijzondere plaats in. Hij draagt namelijk een bijkans nog grotere verantwoordelijkheid. Anders dan de meeste mensen is hij in staat om zelf werelden te scheppen. In die werelden kan hij regeren als een god, maar hij is ook in staat om de door hem gecreëerde werelden (en de mensen die daarin leven) met één pennenstreek te vernietigen.

In zijn vroege romans (Archibald Strohalm, Het zwarte licht) is al te zien hoe serieus Mulisch deze gedachte neemt. Hij plaatst daarin de hoofdpersonen (steevast een min of meer naar hemzelf gemodelleerde ambitieuze kunstenaar) in een positie die ‘te groot’ voor hen is. De hoofdpersonen kunnen de verantwoordelijkheid niet aan en worden aan het einde genadeloos te gronde gebracht. hmulisch

De echo hiervan vinden we in De ontdekking van de hemel waarin hoofdpersoon Max Delius door de engelen wordt gestraft als hij – mens die hij is – die hemel bijna ontdekt lijkt te hebben. In zijn romans bekleedt Mulisch altijd de positie van schepper, maar het is een misverstand die schepper te beschouwen als volmaakt en soeverein. Zijn twee laatste romans (De Procedure, Siegfried) eindigen beide met de dood van een figuur die we kunnen beschouwen als een fictioneel alter ego van de schrijver. Deze Victor Werker en Rudolf Herter slagen tegelijkertijd wel en niet in de ambitieuze missies die zichzelf gesteld hadden. In hun bijna gelukte pogingen om het raadsel (van de creatie – Werker, van de vernietiging – Herter) te doorgronden, vinden we iets terug van datgene wat Mulisch al die jaren dreef.

Hij schreef om werelden te creëren, om op die manier antwoorden te zoeken op de grote vragen van het leven. Maar wie met literatuur het raadsel wil doorgronden, zal uiteindelijk het raadsel vooral vergroten. De ongrijpbaarheid van het raadsel – dat was de drijvende kracht achter dit unieke schrijverschap.

► Meer Mulisch-ontregeling:

hmulisch5

 

►In het dierenbos

►In het dierenbos

Hofreis
Bekroond met De Gouden Uil 2000. ‘Toon Tellegen, dichter en schrijver, dringt dieper dan ooit tevoren zijn vertrouwde dierenbos binnen.’ – De Morgen

toon-001

toon-002
[:fragment]