Archief van
Maand: januari 2018

Look at love and life

Look at love and life

kehlmann6

[review cuttingedge.be] Kehlmann weet het voor elkaar te krijgen dat de lezer het boek in een adem wil (en zal) uitlezen. Vanaf het begin grijpt het boek je vast, om enkel in heftige intensiteit toe te nemen. Wie is vader Arthur, die meer dan eens uit het leven van zijn zonen en vrouwen verdwijnt om af en toe onaangekondigd op de stoep te staan om daarna weer te verdwijnen? Waarom blijft Martin in zijn priesterschap, terwijl hij giftig wordt van broer Erics devotie en zelfs tijdens het afnemen van de biecht candybars wegwerkt? Wat drijft Iwan om maar door te gaan met het vervalsen van schilderijen, waarvan de oorspronkelijke schilder eigenlijk de enige vervalser is? Vragen die niet beantwoord worden. Complexe tegenstrijdigheden, omfloerst door filosofische gedachtenkronkels. Toch wordt het boek nergens vervelend zweverig of aanmatigend pretentieus. Kehlmann weet door zijn opzet (eerst een auctoriaal narratief, vervolgens alle personages vanuit het ik) ervoor te zorgen dat je kunt meevoelen met alle actoren in het verhaal. Regelmatig haalt hij levensvragen en –kwesties aan. Zo herhaalt hij een paar keer dat we geboren zijn om te zien, maar aangesteld worden om te kijken. Hij laat de lezer nadenken over de onduidelijke lijn tussen toeval en zelfbeschikking. kehlmann4Hij stelt religie centraal zonder evangeliserend te zijn. ‘F’ is een adembenemend goed boek dat moeiteloos alle facetten van de verweven levens van een gezin beschrijft, alsmede de eeuwige stempel die ouders op hun kinderen achterlaten. Het leest als een berglandschap, met pieken, dalen, haarspeldbochten maar vooral: een prachtig uitzicht.

De Duitse pers: ‘Filosofische roman en pageturner kwamen nog nooit zo dicht bij elkaar.’

kehlmann7

 

 

[review theguardian.com] F by Daniel Kehlmann – a comic novel about the death of God

This is an exuberant look at love and life

It cannot be an easy thing to write a comic novel about the death of God. Still, the German novelist Daniel Kehlmann may just have pulled it off. “F” [fatum] is the protagonist of a book within a book, the debut novel of Arthur Friedland, a rather disorganised buffoon who never had any success as a writer until an encounter with a hypnotist gave his life its chilly purpose: “This is an order, and you’re going to follow it because you want to follow it, and you want to because I’m ordering you, and I’m ordering you because you want me to give the order. Starting today, you’re going to make an effort. No matter what it costs. Repeat!”

My Name Is No One is so exuberantly nihilistic, its readers are throwing themselves off TV transmission towers. As Kehlmann says: “The sentences are well constructed, the narrative has a powerful flow, the reader would be enjoying the text were it not for a persistent feeling of somehow being mocked.”

kehlmann5If Kehlmann played this intertextual game to the hilt – if F itself were as unforgiving as Arthur’s novel – then we would be looking at a less important book, as well as a less enjoyable one: some Johnny-come-lately contribution to the French nouvelle vague. The spirit of Alain Robbe-Grillet, the movement’s greatest exponent, illuminates the scene in which Arthur takes his granddaughter to an art museum to study a picture by her missing uncle: “She stepped even closer, and immediately everything dissolved. There were no more people any more, no more little flags, no anchor, no bent watch. There were just some tiny bright patches of colour above the main deck. The white of the naked canvas shone through in several places, and even the ship was a mere assemblage of lines and dots. Where had it all gone?”

There are many such moments, they are all as beautifully judged as this one, and they are not the point. The point of F is not its humour (though Kehlmann, like Robbe-Grillet, can be very funny indeed), but its generosity. Arthur’s three sons, in their turn, make superhuman efforts to give their lives significance, and these efforts tangle and trip over each other to generate the comic business of the book. The eldest, Martin, a Rubik’s Cube expert, embraces the priesthood despite his lack of faith. Of Arthur’s two sons by his second marriage, Eric enters the glass-and-steel world of high finance to help control his fear of cramped spaces. His twin brother, Ivan, is a would-be painter turned art dealer, and author of Mediocrity As an Aesthetic Phenomenon.

“When I was young, vain, and lacking all experience,” he recalls, “I thought the art world was corrupt. Today I know that’s not true. The art world is full of lovable people, full of enthusiasts, full of longing and truth. It is art itself as a sacred principle that unfortunately doesn’t exist.”

Ivan, like all the others, lives in a nihilistic universe, but he is not himself nihilistic. It worries him that the world cannot live up to his expectations and those of the people he admires. These people include his lover Heinrich Eulenboeck, an artist with a true calling but only mediocre ability. What kind of world is it that plays such a trick on a person? “How do you live with that, why do you keep on going?”

The answer seems to be love. In a godless world, love counts for a great deal. And failing love, ordinary human decency goes a long way. Since Kurt Vonnegut died, there has really been no one to tell us this; the reminder is welcome.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Literair juweeltje

Literair juweeltje

palmenp
Connie Palmen in een gesprek: ‘Ik vind de ziel een prachtig woord. Ik begrijp niet dat het gemeden wordt. De ziel staat misschien wel voor dat amalgaam van verstand, gevoel, van wat mensen zo uitzonderlijk maakt, wat ze uniek maakt, wat ze kleur geeft, de essentie van een persoonlijkheid.’

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Twijfelaars, buitenstaanders

Twijfelaars, buitenstaanders

rosenboom3

Wie de historische romans van Thomas Rosenboom bekijkt, ziet een stroom van vernieuwingen fraai gekanaliseerd voorbij vloeien. De revolutionaire omwentelingen van de late verlichting in Gewassen vlees (1994), de stedelijke modernisering van de negentiende eeuw in Publieke werken (1999) en de radicale vernieuwingen van de vroeg twintigste-eeuwse industrie (meer bepaald de scheepsbouw) in De nieuwe man (2003).

Rosenbooms personages staan altijd dubbelzinnig tegenover de moderne tijd die op hen afkomt: enerzijds willen ze ervan profiteren, anderzijds willen ze niet verliezen wat ze bezaten in voormoderne tijden. Het zijn twijfelaars, buitenstaanders, die vanaf de oever de stroom voorbij zien komen en nu eens vol heimwee stroomopwaarts blikken naar vroeger, dan weer vol verlangen ergens bij te horen stroomafwaarts naar de toekomst kijken.

De historische romans van Rosenboom tonen de geschiedenis dus niet als een stilstaand beeld – een schilderij dat je rustig kunt bekijken – maar als een beweging. Die dynamiek is echter niet te vergelijken met de wervelwind van de gemiddelde avonturenroman, maar veeleer met de soms stokkende voortgang van een vertraagde film. De vertraging à la Rosenboom is het werk, ten eerste, van zijn brede en beeldrijke stijl, die aandacht vraagt voor de beschrijving en zodoende de actie af en toe naar de achtergrond dringt. Ten tweede wordt ze veroorzaakt door het inzoomen op de twijfelzieke personages, die aarzelen tussen terugkeren en vooruithollen, passiviteit en actie. Hun dubbelzinnig verlangen is de microscopische versie van de paradoxale beweging van de tijd, die zichzelf alleen kan handhaven door zichzelf te verraden: er is geen nieuwe tijd mogelijk zonder het achterlaten van de oude.

(..)

Er zit heel wat filosofie in Zoete mond (2009) en ‘heel wat wereld’ – zoals Herman de Coninck placht te zeggen – maar het boek is en blijft een verhaal op mensenmaat. Vandaar ook dat de roman het menselijke niet schuwt: er wordt gehuild, er zijn momenten van innig geluk en van totale radeloosheid, er is soms een religieus besef van ‘er zijn’ (à la Willem Jan Otten) of een mystieke versmelting met de omgeving (à la Oek de Jong), maar al die emoties ontaarden nooit in sentiment. Daarvoor is de stilistische beheersing van Rosenboom te groot.

De zoete mond uit de titel kun je toepassen op de zoetgevooisde stijl van het verhaal, die nochtans het bittere niet uit de weg gaat. Maar de titel kan ook verwijzen naar de stralende mond van Laura, die met haar goedbedoelde woorden meer dan eens het hart van Rebert verbittert. Zuurzoet is alles in dit boek, en dat past in een lange traditie van de ‘soeten mont’ – de soms kwetsende mond van de geliefde, maar ook de mond van de schrijver die wil behouden wat voorbijgaat. Rosenboom is zo’n schrijver en zijn vakkundige mix van heden en verleden, zuur en zoet laat zien dat de klassieke historische roman nog lang niet voorbij is.

 

‘Zoete mond’ werd genomineerd voor De Gouden Uil

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Promeneur par excellence

Promeneur par excellence

konrad-001

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád (geb. 1933) heeft een bijzondere band met Nederland. Bijna al zijn werk is hier vertaald en zowel als schrijver en als mens wordt hij hier zeer gewaardeerd. Konrád komt graag in Nederland en vooral in Amsterdam, waar hij bij voorkeur door de stad slentert, in cafés en op terrassen zit en het leven om hem heen in ogenschouw neemt. Wat hem daarbij opvalt en aantrekt is de pure schoonheid van de stad en de sfeer van verdraagzaamheid die er heerst. De als natuurlijk ervaren vrijheid roept geen spanningen op en leidt ook niet tot een onbeheersbare anarchie. In de lente van 1999 was Konrád met zijn gezin in Amsterdam. Het verslag van zijn verblijf is als veel van zijn andere werk: ontroerend en diepzinnig. Konrád schrijft over zijn wandelingen door de stad – hij is een ‘promeneur’ par excellence en, over de mensen die hij ziet en ontmoet. Het slenteren door de stad is voor hem een vorm van meditatie.

bron: bol.com

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Opgeschreven om te lezen

Opgeschreven om te lezen

grunberg6[review Tom van Deel] De figuranten in het boek – ze willen graag een hoofdrol spelen en dromen van een heuse filmcarriere – zijn een soort Titaantjes van Nescio, maar dan in deze tijd, eind jaren tachtig, in joodse kringen in Amsterdam-Zuid. Ze leven als decadente bohemiens en dromen van een betere toekomst. De onweerstaanbare, hoogst originele, maar megalomane aanvoerder van het vriendenclubje is Michael Eckstein, tweeëntwintig jaar en woonachtig in een kolossaal huis aan de Bernard Zweerskade. Zijn ouders verblijven in Zwitserland en hij maakt hier hun geld op.

Ewald Krieg, de verteller van ‘Figuranten’, ontmoet hem in de hal van de Amsterdamse toneelschool. Michael noemt zich Broccoli, Mr. Broccoli voor sommigen, en hij beschouwt zichzelf als de voorzitter van de Vereniging voor Genieën en als ‘organisator van evenementen’. Hij draagt kaartjes op zak met de tekst: Mr. Broccoli heeft de eer u een drankje aan te bieden. Het liefst loopt hij over straat met een Gazetta dello Sport onder zijn arm. Ewald, die nog maar achttien is, is ogenblikkelijk van hem gecharmeerd en vanaf dat moment trekken ze samen op.

Een uit Argentinië afkomstige, jeugdige filmspeelster, Elvira Lopez, wordt de derde in het verbond. Haar diepste verlangens zijn uit dansen gaan en een man vinden met een motor met zijspan. Gedrieën beleven ze zoveel krankzinnige avonturen, dat ik er niet aan moet denken ze na te vertellen. Dat kan niet, daarvoor zijn ze niet opgeschreven, ze zijn opgeschreven om gelezen, eventueel voorgelezen te worden.

De stijl van Grunberg is zo sterk, zo afgewogen, dat niemand eromheen kan lezen: hij draagt het verhaal van begin tot eind en het wonderbaarlijkste van alles is wel dat hij geen moment verslapt, alsof het zin voor zin instandhouden ervan onderdeel van de stijl uitmaakt.

‘Literaire duizendpoot’ Arnon Grunberg kreeg vorig jaar de Gouden Ganzenveer.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Geweldige Kundera-aanwinst

Geweldige Kundera-aanwinst

kundera-001
‘Het leven is een voortdurende verstoring van de orde.’ (p.92)

kunderaromankunst“De roman Afscheidswals [uit 1970] is mij in zekere zin het dierbaarst. Het is het enige boek dat maar vijf delen telt. Hij berust op een totaal ander formeel archetype dan mijn overige romans (die altijd zeven delen tellen). Hij is volstrekt homogeen, bevat geen uitweidingen, is uit één blok gecomponeerd, in één tempo verteld, heel theatraal, gestileerd, gebaseerd op de vorm van de vaudeville. Opgebouwd als het ‘Symposion’ van Plato. Een vaudeville in vijf bedrijven.”

“In Afscheidswals wordt de vraag gesteld: verdient de mens het wel op deze aarde te leven, moeten we de planeet niet ‘uit de klauwen van de mens bevrijden’? Het is altijd al mijn ambitie geweest de extreme ernst van de vraagstelling te verbinden met de extreme frivole vorm. En dat is niet alleen maar een artistieke ambitie. In het begin was de grote Europese roman vermaak en alle ware romanciers hebben daar heimwee naar! Vermaak sluit ernst absoluut niet uit.”

“Kafka is zijn eerste ‘sur-reële’ wereld (zijn eerste ‘versmelting van droom en werkelijkheid’) binnengestapt via de herberg, door de deur van de vaudeville.”

Uit: Milan Kundera, Over de romankunst – verzamelde essays

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
BACH

BACH

bach2
‘Het doet me zo’n plezier: Bach die tijdens een urenlange preek stiekem de kerk uitsluipt om een glaasje wijn te drinken. Jammer dat hij spijt heeft betuigd.’

bach3

 

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Spannend

Spannend

haasse2

[review] Stuk voor stuk zijn het spannende verhalen. Steeds is er iets dat op een onheilspellende manier een grote rol speelt in het verhaal: een geheim, een toevallige samenloop van omstandigheden, een onopgelost mysterie, een historische gebeurtenis die uitgeplozen wordt. En steeds toont Hella Haasse zich een talentvol vertelster. In het korte bestek van het verhaal schept ze een aansprekend decor, geeft ze de hoofdpersoon een overtuigend karakter en werkt ze dwingend naar een verrassende plot toe. De dreiging, het mysterie is al bij de eerste zinnen van elk verhaal sluimerend aanwezig en houdt de lezer goed bij de les. De meeste verhalen zijn ontroerend of hebben een triest verloop en toch zijn ze niet dramatisch. Dat komt door de manier waarop H.H. ze ons vertelt: onderhoudend en sfeervol, maar tegelijk afstandelijk, berustend, constaterend: zo gaat het nu eenmaal soms in het leven.

De bundel Het tuinhuis werd genomineerd voor de AKO literatuurprijs 2007 en is vele malen herdrukt.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail