Archief van
Dag: 18 januari 2018

De agenda van Genesis

De agenda van Genesis

Column – Maarten den Dulk

(em. hoogleraar praktische theologie, auteur van Tocht door de Tora)

God lééft zijn woord…

Er is wat voor te zeggen om het scheppingsverhaal te lezen als commentaar op het sabbatsgebod. Het verhaal vraagt erom. Genesis 1:1 – 2:3 is gebouwd op het ritme van de zeven dagen van de week. Voor elke dag is er één strofe gereserveerd, zodat je al lezende in een bepaald tijdsritme komt en de dagen van de week leert tellen. Elke strofe richt de aandacht op een bepaalde, bewuste, gedisciplineerde handeling zodat je vertrouwd raakt met de agenda van het dagelijks werk. Je leert de afwisseling van doen en laten, van activiteit en rust. En aan het slot wordt het sabbatsgebod zelfs met zoveel woorden in herinnering geroepen. Zo’n verhaal.

Wie het leest als commentaar op het sabbatsgebod, krijgt geen kans om met de schrijver in debat te gaan over de eeuwige kwestie of de kosmos kunstzinnig in elkaar is geknutseld dan wel met een oerknal uiteen is gesprongen, maar wordt onmiddellijk aangesproken op de eigen agenda. Er moet nu iets gebeuren. Zes dagen werken en de zevende dag rusten. De filosofische discussie over de oorsprong van de wereld zal men altijd blijven voeren, maar het werk gaat voor.

Zo gelezen, krijgt het scheppingsverhaal een opmerkelijke pointe. Er komt een God in beeld die zes dagen werkt en op de zevende dag rust. Het gaat dus over een God die het Joodse sabbatsgebod vervult. Dat moet Adonaj wel zijn, de God van Israël! Het indrukwekkende van deze God is dat hij zelf het gebod vervult dat hij aan Israël geeft en dat hij, in de woorden van K.H. Miskotte, ‘als het ware omgeven is door het lichtkleed van de Thora’. Deze God valt samen met zijn woord. Hij staat niet boven de Wet, maar vervult haar en doet op grandioze wijze vóór hoe het levensgebod werkt. Met een variatie op het Johannesevangelie: In den beginne was de Thora en de Thora was bij God en de Thora was God.

Waarom moeten we dit weten? Het antwoord kan niet praktisch genoeg zijn. We krijgen op deze wijze te horen wat de zin is van het dagelijks werk. Het wordt voorgedaan: eerst wordt de eenzaamheid doorbroken en wordt er ruimte gemaakt voor anderen, vervolgens wordt nieuw leven voortgebracht en wordt er gemeenschap gesticht. Zo leren we de oervorm kennen van communicatief handelen. En precies dat is de zin van het dagelijks werk.

Wie dit verhaal hoort, wordt opgeroepen om mee te doen en om zelf iets te gaan doen dat erop lijkt. De mens wordt gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis. Dat wil zeggen dat de mens bestemd is om medewerker te worden. Wat deze God hier in zes dagen doet, is bedoeld als agenda voor onze werkweek. Deze Ene doet het al, nu wij nog. Uiteraard is zelfs onze beste bijdrage niet meer dan een gebaar – we zijn mensen. Maar we worden wel zes dagen van de week betrokken bij het communicatieve werk.

NIEUW:

dendulk
Lees hier een fragment! (klik op cover)

dendulk2

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Veertjes langs veertjes

Veertjes langs veertjes

englander5

[fragment] Jij dient te berusten in je dagelijkse teleurstellingen, je onvervulde verwachtingen en je persoonlijke drama’s. Natuurlijk, dat weet je heus allemaal, en je hebt er ook in berust. Tenminste, dat houd je jezelf voor, terwijl er een vogeltje waarvan je de naam niet weet langs je oor scheert. Aan het einde van zijn glijvlucht slaat hij even met zijn vleugels. In de stilte die het vogeltje doorbreekt, hoor je bij het opstijgen veertjes langs veertjes strijken – een wonder. Je draait je hoofd om zijn pad te volgen, houdt een hand boven je ogen tegen de zon.

Zo zit je daar, bij je huisje, met toegeknepen ogen, en je overdenkt je verbijsterende onnozelheid, je kille koppigheid, je onwil om je geheel eigen en niet-aflatende verlangen los te laten. Wanneer het water begint te borrelen en je de klik van de ketel hoort, sta je op en zegt tegen jezelf: Je bent onbeduidend. Laat het – hém – eindelijk los. Maar de gebiedende wijs vindt geen weerklank, en het lijkt erop dat je een volkomen kansloze onderneming gewoon doorzet. Totdat het moment daar is, totdat je het geheime teken krijgt van je geliefde, blijf je je vastklampen, al dreigt het oneindige, duistere onbekende.

Na de inventaris te hebben opgemaakt van de stilzwijgende overgave die deze – elke – oorlog eist, heb je besloten dat er één verlies is dat te veel gevraagd is. Eén offer dat je niet bereid bent te brengen. Het is het persoonlijk gemis dat je niet langer kunt verdragen en waarin je niet langer berust.

englander3

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail