Archief van
Maand: april 2017

Superbe romans

Superbe romans

nietzsche-001[review] Lou Salomé, een vriendin van Nietzsche, vraagt Dr. Breuer om Nietzsche te genezen van diens ernstige migraine en depressiviteit. Ze noemt het ‘een kwestie van leven en dood’. Nietzsche is argwanend en niet van zins zich te laten behandelen, maar op aanraden van bevriende wetenschappers gaat hij toch naar Breuer. De beide mannen draaien als kat en muis om elkaar heen, wie is de slimste, het meest ad rem, wie overtuigt wie met wetenschappelijke theorieën?

Naarmate de gesprekken vorderen, ontdooit Nietzsche maar nog steeds houdt hij afstand; hij wil geen hulp. Dr. Breuer raakt meer en meer geïntrigeerd door de filosoof en de intellectuele uitdaging groeit. Wat is er gebeurd in het leven van Nietzsche? Waarom die rationele muur en waarover mag niet gesproken worden? Breuer verzint in een uiterste poging een list: ‘ik stel een professionele ruil voor. Ik wijd mij als arts aan uw lichaam en zal me concentreren op uw fysieke symptomen en uw medicatie. In ruil daarvoor zult u de arts zijn van mijn geest, mijn ziel’.

(..) Wat volgt is een psychologisch duel, een indrukwekkend spel met woorden, een ontdekkingsreis in elkaars ziel. Zo moet het gegaan zijn, eind 1800, tijdens de ontwikkeling van de psychoanalyse; psychologische zoektochten waar wij nu de vruchten van plukken. Heel langzaam wordt duidelijk dat niet Nietzsche de belangrijkste patiënt is. Nee, degene die elke dag onder vuur ligt en zijn ziel moet ontbloten is dr. Breuer. De Duitse filosoof neemt de leiding. Prachtige dialogen, discussies op het scherpst van de snede. Grote levensvragen worden besproken: de betekenis van de waarheid, de zin van wellust en hartstocht, de vrijheid van kiezen, angst voor het ouder worden: ‘het is niet de afdaling die me dwarszit – het is het niet meer klimmen’.

(..) Het ontleden van elkaars ziel, dwingt de mannen tot steeds meer openheid en er ontstaat een hechte vriendschap met momenten van diepe intimiteit. Nietzsche geneest niet alleen van zijn migraine en depressie, maar leert ook de betekenis van vriendschap kennen en van het delen van emoties. Haast voelbaar is zijn eenzaamheid die verandert van last, naar een zelf gekozen gesteldheid: ‘Ik zal altijd alleen blijven, maar wat een verschil, wat een heerlijk verschil, om te verkiezen wat ik doe. Amor Fati, kies je lot, heb je lot lief’.

yalom_het_raadsel_spinoza

yalom

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
En toen was er Fuzzie

En toen was er Fuzzie

bervoets[review] Wie of wat is Fuzzie eigenlijk? Waar komt hij vandaan? Wie heeft hem de woorden in de mond gelegd? Is hij oprecht? Te vertrouwen? Heeft hij het beste met je voor, zoals een echte vriend, in voor- en tegenspoed, zonder er iets voor terug te verlangen?

“Ik zit niet in je hoofd. Ik ben geen onderdeel van je en toch hoor ik bij je. Ik ga niet weg zolang jij wilt dat ik blijf. En o, ik kan me best voorstellen dat jij aan mij twijfelt. Dat vind ik alleen maar fijn. Wees argwanend, blijf kritisch: dat past bij je, dat weet ik. Bij mij kun je zijn wie je wilt zijn omdat ik weet dat jij altijd jij bent.”

Fuzzie, een pratend bolletje (een soort Wuppie?), is vrij diepzinnig en zet zowel de personages als de lezer aan het denken, laat ze naar zichzelf kijken. Hij gebruikt veel spiegelverhalen en zit vol metaforen.

“Iedereen is weleens wrakhout (…) Elk van jullie dobbert op een zeker moment in een grote, klotsende oceaan. Je laat je optillen door golven en meevoeren door plaatselijke draaikolken, tot er iemand anders te water raakt: een drenkeling die haar armen om je heen slaat. (…) Van een willekeurig ronddobberend stuk wrakhout veranderde jij in een vlot, in wrakhout met functie.”

Fuzzie zelf zou ook een metafoor kunnen zijn. Een metafoor voor onvoorwaardelijke liefde? Een spiegel?

Belangrijke thema’s in het boek zijn eenzaamheid, liefde en liefhebben, missen en verlangen. Iedereen heeft iemand nodig.

Fuzzie leert je te waarderen wat je hebt en om je heen te kijken naar wat er is.

“Weet jij wat het verschil tussen missen en verlangen is? Die twee hebben met elkaar te maken, geloof ik, maar is het gemis een voorwaarde voor het verlangen of is het juist andersom? En als het allebei kan, als beide volgordes mogelijk zijn, zijn verlangen en missen dan wel twee verschillende dingen?”

Het boek is opgedeeld in seizoenen en delen, die ook weer passen bij de gebeurtenissen en het verloop van het verhaal.

Mooi!

Fuzzie is vanaf deze week verkrijgbaar.

Lees hier een fragment!

bervoets-fuzzie

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Thoughts shooting all over the place

Thoughts shooting all over the place

vries3Joost de Vries heet de troonopvolger van Harry Mulisch, omdat hij graag veel met elkaar verbindt.

‘Soms benijd ik schrijvers die een simpel verhaal vertellen.’

[bron: Nrc.nl, Thomas de Veen] Joost de Vries doet er een beetje verbaasd over: veel lezers van zijn roman De republiek – en dan voornamelijk recensenten – houden maar niet op over alle verwijzingen in het boek. „In de naam van mijn personage Josip Brik herkende de recensente van de Volkskrant een Russische avant-gardistische dichter, Osip Brik. Nóóit van gehoord. Niemand in Nederland, denk ik. Een andere lezer vertelde me eens dat hij in mijn debuut een verwijzing naar een liedje van Elvis Costello had herkend. Iets met de regen die tegen het raam sloeg. Tja. Ik ken maar één liedje van Costello. Ik heb een complimentje gegeven voor zijn opmerkzaamheid. Maar het aantal verwijzingen dat ik in mijn boeken stop wordt spectaculair overschat.”

vries4Het is kennelijk het lot van de schrijver die onthaald werd als de Harry Mulisch van zijn tijd: De Vries’ debuut Clausewitz [2010; het jaar van Mulisch’ dood  – LWvdS] was een ‘keerpunt in de Nederlandse literatuur’ volgens deze krant: ‘Vast staat dat hier op magistrale wijze een wisseling van de wacht in de cultuur, de politiek en de dominante ideologie vorm heeft gekregen.’ (Elsbeth Etty, Boeken, 15.10.2010)

Joost de Vries (1983), kunstredacteur bij De Groene Amsterdammer, vermengde in De republiek opnieuw een intellectualistisch literair spel met alles wat hij als hedendaags cultuurconsument kon opzuigen. Dat loopt uiteen van Robespierre tot de Harry Potter-films, de ideeën van filosoof Zizek en de rapteksten van Kanye West. Zo divers is het referentiekader van hoofdpersoon Friso de Vos, de jonge hoofdredacteur van De Slaapwandelaar, een academisch tijdschrift voor ‘Hitlerstudies’.

Na de plotselinge dood van Josip Brik, professor in de Hitlerstudies en Friso’s grote voorbeeld, belandt de jonge historicus in een identiteitscrisis. Wie is hij nog, zonder zijn meester en mentor? En vooral: is hij niet de aangewezen persoon om in diens voetsporen te treden? Tot zijn grote ergernis verschijnt Briks andere protegé Philip de Vries op televisie om de overledene te bewieroken én zichzelf te positioneren als zijn intellectuele troonopvolger.

Hoe is het om de troonopvolger van Mulisch te zijn?

vries4„Ik snap de vergelijking met Mulisch wel én niet, want volgens mij maken we heel verschillende boeken. We houden er allebei van om veel met elkaar te verbinden. Hoge en lage cultuur komen samen – al haalt Mulisch er zelfs de kosmos bij.

„Ik heb de gekke positie dat ik met veel schrijvers vergeleken ben, overigens niet altijd in mijn voordeel: met Mulisch, maar ook met Saul Bellow en Don DeLillo en Roberto Bolaño, schrijvers die zo radicaal van elkaar verschillen dat je zou kunnen zeggen dat ik iets origineels doe. (lacht) Ik vind het, net als Mulisch, fijn om in literatuur uiteenlopende dingen bij elkaar te brengen.”

Zoals de Tweede Wereldoorlog en Lord of the Rings?

„Ik wilde laten zien dat het referentiekader van Friso, hoewel hij met de historische werkelijkheid bezig is, door fictie bepaald is. Fictie en feit hangen over elkaar heen. Als je iemand van mijn leeftijd naar D-Day vraagt, is de kans groot dat hij het beeld van de film Saving Private Ryan van Spielberg voor zich ziet, en geen historische foto’s.”

Niet zo gek dus, dat jouw personages de website Cats That Look Like Hitler als studieobject hebben, om de betekenis van Hitler in het heden te duiden?

vries4„Ik overdrijf het natuurlijk. De Hitlerstudies bestaan als zodanig niet, maar ze zóuden kunnen bestaan. Misschien herken je dit: veel jongens, ikzelf had hem ook, hebben op de middelbare school een ‘nazi-tic’. Ze kijken alle oorlogsfilms, spelen alle Medal of Honor-games, maken de hardste nazigrappen. Ik interviewde ooit Ian Kershaw, de belangrijkste Hitlerbiograaf, en vroeg of hij die Hitlerkattenplaatjes kende. Tien jaar geleden al, zei hij. Toen al lieten hij en zijn vakgenoten die aan elkaar zien, maar besmuikt, vol schaamte. Hij verbaasde zich dat ze nu out in the open zijn. Daarin is een ontwikkeling gaande.”

We nemen de Tweede Wereldoorlog niet meer serieus?

„We zijn de oorlog aan het veranderen. Laatst zag ik een reclame voor een Leica-camera waarmee je alleen zwartwitfoto’s kunt maken. In het filmpje ‘sprak’ de camera van de oorlogsfotograaf Robert Capa, de enige die bij de landing van de geallieerden in Normandië was. ‘Samen waagden we ons in het heetst van de strijd,’ vertelt de camera. ‘Uiteindelijk liepen we op een mijn en toen was het avontuur afgelopen… Maar nu kun jij het avontuur opnieuw meemaken’, als je die camera koopt. Dat is hardcore commercialisering van de oorlog. De voortgaande polemiek over wat Nederlanders wisten van de Holocaust is misschien een achterhoedegevecht aan het worden, als tegelijk zo’n reclame legitiem is voor een nieuwe generatie.”

Wat verschrikkelijk ironisch.

vries4„Ik heb met De republiek een boek willen schrijven over ironie. Dat is voor mij: bewust doen alsof iets is wat het niet is. Friso houdt zich bezig met een uithoek van een academische discipline, waarvan hij weet dat het er niet écht toe doet. Maar hij neemt het wel serieus. Dat botst. Een sleutelscène is als hij bij een antiquair komt die hem meeneemt naar een achterkamertje met authentieke nazi-parafernalia. Dan ziet hij voor het eerst een hakenkruis dat iets betekent. Dan wordt hij geconfronteerd met de ironie van zijn onderzoek.”

En dan houdt het boek op ironisch te zijn.

„Een schrijver kan ironie in botsing brengen met moraliteit. Dat doet een schrijver als Arnon Grunberg ook vaak in zijn romans, die ironisch zijn, maar ook moralistisch.”

Sommige van zijn boeken worden als mislukt beschouwd.

„Voor een schrijver is ironie ontzettend lastig. Je moet namelijk laten zien dat er onder die ironische houding ook een echte emotie zit, dat er een mens onder schuilgaat. Friso schermt met ironische grapjes, maar in het diepst van zijn wezen is hij onzeker, over zijn relaties met Brik en zijn vriendin, over zijn positie.”

Gebruik je ironie zelf ook als afweermechanisme?

vries4„Het idee voor dit boek ontstond toen mijn vader was overleden, dus ik zat sowieso met rouw en dood in mijn hoofd. Maar het lukte me niet daar goed over te schrijven. Het werd sentimenteel, te makkelijk, alsof ik er emotioneel probeerde mee te scoren. Ik blijf bij de autobiografische fictie uit de buurt.”

Als Friso in blinde paniek raakt, schrijf je: ‘Donkere wolken spanden zich samen.’ Typerend voor je stijl, zo’n knipoog naar het moddervette cliché van wolken die zich samenpákken.

„Ja, ik ben me bewust van het cliché. Het is niet goed om hyperzelfbewust te zijn, maar toch wel een beetje bewust. Elke zin in dit boek heb ik wel twintig keer opgeschreven, het was een kwestie van schaven en woorden wegen. Elke zin die ik schrijf mag niet eerder al door een ander geschreven zijn, het moet wel idiosyncratisch zijn. Dus ik denk goed na over elke zin, elke metafoor.”

En dan vinden de mensen er toch nog verwijzingen in die je er niet in gestopt had.

„Wie zoekt zal vinden, en mensen verwachten blijkbaar dat elk personage in mijn boeken een sleutelfiguur is. Ik begrijp wel waar die reputatie vandaan komt: we worden in ons leven bestookt met een overdaad aan informatie en dat geef ik weer.

vries4„Ik heb eens een stuk geschreven over de roman Niemand in de stad van Philip Huff, omdat ik daar een beetje jaloers op ben. Het is goed geschreven maar heeft een supersimpel uitgangspunt: een jongen die al een vriendin heeft en verliefd wordt op een ander meisje. Het is niets voor mij om jaloers te zijn, maar ik benijd die simpliciteit: ik schrijf boeken waarin elke film die ik heb gezien en elke moordaanslag op een staatshoofd die ik me kan herinneren moet terugkomen. Ik probeer mijn boek zo rijk mogelijk te maken.”

Maar aan de verwijzingen wordt te veel waarde toebedeeld?

„Voor mij is dat niet waar het verhaal om draait. Ik wil een intellectuele laag erin hebben, thoughts shooting all over the place, en een wereldbeeld neerzetten, maar tegelijk gaat het over heftige primaire emoties. Hoe het is om iemand te verliezen, om iemand intens te missen? Rouw manifesteert zich bij Friso niet in zielig op de bank zitten en actief missen. Maar de sterke opvatting die hij heeft over wie hij is, valt onder zijn voeten vandaan.”

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Bibliothriller over wakker worden in de eenentwintigste eeuw

Bibliothriller over wakker worden in de eenentwintigste eeuw

Elsbeth Etty in NRC Handelsblad: “Deze debuutroman vormt een keerpunt in de Nederlandse letteren.”

Lees hier de recensie van Etty

Opmaak 1

[letterenfonds.nl] De debuutroman van de achtentwintigjarige Joost de Vries, Clausewitz, is in Nederland op curieuze wijze door de kritiek ontvangen. Boosaardig en vijandig, door critici die vonden dat De Vries niet kon schrijven, ‘nog maar eens moest debuteren’ en zelfs met de suggestie van plagiaat van Roberto Colano, aan wie De Vries een van zijn motto’s heeft ontleend. Aan de andere kant is Clausewitz ook uitzinnig geprezen als ‘een keerpunt in de letteren’ en het boek dat Harry Mulisch’ Ontdekking van de hemel naar de kroon zou steken.

Wat is waar? In elk geval niet het eerste. De Vries kan wel degelijk goed schrijven en is geen plagiator. Zijn held, daarentegen, wel. Het verhaal van de jonge promovendus E.T.A. Modderman, Tim, alias ‘Neus’, die zijn proefschrift gaat schrijven over de plotseling spoorloos verdwenen schrijver Ferdinand LeFebvre besluit al in de eerste zin een boekje dat hij over de fameuze auteur vindt te gaan plagiëren. Clausewitz wemelt wel van de goedgekozen citaten en pastiches, zit vol scherpe, humoristische zinnen en tintelende metaforen. Van elke bladzijde spat het schrijfplezier.

Om bij het debuut van de Vries al van ‘een keerpunt in de letteren’ te spreken is misschien nog iets te vroeg, maar zijn roman luidt een belofte in. Het getuigt van lef om de associatieve, bijna achteloze zoektocht van de jonge held belangrijker te maken dan de plotontwikkeling, de filosofie of de psychologie van de karakters. Zowel de held als zijn schrijver lijken de fictie boven de feiten te verkiezen. ‘Wat zijn feiten?’ citeert Modderman uit een brief van LeFebvre aan zijn vader. ‘Ze vertellen niet meer van iemand dan aangespoeld wrakhout vertelt van het schip waaraan het heeft toebehoord.’

Het verbaast niet dat veel mysterie in zijn verhaal blijft bestaan: heeft LeFebvre überhaupt bestaan en valt het verslag dat wij onder ogen hebben wel te vertrouwen? Nee, dus. De Vries neemt zijn lezers op sardonische wijze bij de neus in Clausewitz. De titel is een knipoog naar de schrijver van Vom Kriege en De Vries gaat dan ook onvervaard ten oorlog. Het boek is verbluffend erudiet en neemt de generatie ‘bevlogen’ schrijvers en kunstenaars, uit de jaren zestig fraai op de hak. De wijze waarop het verhaal van Neus en de citaten van LeFebvre wordt vermengd, doet denken aan de superieure stilistische pastiches in A.S. Byatt’s Possession. Dat niet altijd duidelijk is waaruit er precies wordt geciteerd – literaire meesterwerken, popsongteksten, het groot citatenboek, dialogen uit het leven – maakt Clausewitz tot een fraai spiegelpaleis, waarin je gefascineerd blijft dwalen tot het laatste woord.

vries2[recensie door Frank Heinen] In een tijd waarin je nauwelijks nog meetelt als schrijver als je niet af en toe een flink rookgordijn rond jezelf optrekt (Grunberg, Van der Kwast), schreef Joost de Vries een roman over de mystificatie der mystificaties: een onaantastbare schrijver, een gek, behorend tot een intellectuele vriendenclub – die sterk doet denken aan het vriendenclubje van Mulisch, Van Mierlo, Van Dam en Schat – verdwijnt spoorloos en laat een klein maar fijn oeuvre over. Hoofdpersoon Tim, een jonge, ambitieuze academicus, doet onderzoek naar LeFebvre. Niet alleen is hij betoverd door diens oeuvre, maar vooral ook is hij op het spoor gezet door zijn overleden vader, die een briefwisseling met LeFebvre voerde, een briefwisseling die Tim in handen heeft en waarmee hij het geheim van LeFebvre denkt te kunnen ontrafelen. Wat volgt is een soort literaire achtervolging door heden en verleden, een rondgang langs verfomfaaide schrijvers, verwarde vrouwen van schrijvers en professoren die hun beste tijd achter zich hebben liggen. Af en toe betoont Tim zich een niet aflatende terriër, die zijn tanden in een zoektocht heeft gezet waarvoor hij kennelijk onafzienbare hoeveelheden tijd, geld, energie en intelligentie tot zijn beschikking heeft. Daarnaast is hij ook nog humoristisch, goed met vrouwen en lief voor zijn moeder. Een soort academische Übermensch dus. ‘Clausewitz’ is een debuut, en niet zomaar een. De Vries – uit 1983, historicus en geroemd recensent van De Groene Amsterdammer – durft, in tegenstelling tot veel andere debuterende twintigers, buiten de gebaande paden van zijn eigen ervaringen te treden. Zijn kennis van de Nederlandse literatuur zorgt ervoor dat de beschreven omgeving van LeFebvre een zoekplaatje vol bekende intellectuelen is (denk aan Remco Camperts Tjeempie!). Er zijn twee eigenschappen die van ‘Clausewitz’ een klassedebuut maken. Ten eerste: De Vries’ stijl. Allemachtig, wat een souplesse. Schijnbaar achteloos beschrijft hij de ene na de andere niet even alledaagse situatie waarin Tim terecht komt, alles met een geroutineerde vanzelfsprekendheid. Opvallend daarbij is het veelvuldige gebruik van vergelijkingen: vaak schitterend, hier en daar misschien een beetje kitscherig, maar altijd gedurfd. Tweede forte van ‘Clausewitz’ is de suggestie. Er wordt vooral veel níet gezegd. De Vries laat het meeste over aan de verbeelding en gaat daar misschien wat ver mee – zo kan het even duren voor het tot je doordringt dat een ‘geciteerd’ deel van LeFebvres werk méér is dan een aardig gelukte stijloefening. Maar door op tijd weer van allerlei zijpaden terug te keren op de hoofdweg van het verhaal, doet de schrijver niet vergeefs een beroep op de spanningsboog van zijn lezers. Of Ferdynand Lefebvre bestaat of bestaan heeft? Het doet er eigenlijk niet zoveel toe. ‘Clausewitz’ is namelijk niet het verhaal van LeFebvre, maar van Tim, die tot slot, op de laatste pagina van het boek, de zaak nog even uitstekend samenvat: ‘Dit was het risico van de bibliotheek uit gaan, dat je verwikkeld raakt in verhalen die niet de jouwe zijn.’ Moge Joost de Vries nog maar vaak de bibliotheek uit gaan.

 

Clausewitz werd in 2010 genomineerd voor de Anton Wachterprijs en de Selexyz Debuutprijs.

In 2014 won Joost de Vries de Gouden Boekenuil voor zijn roman De republiek.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Literair debuut van Simon Tolkien!

Literair debuut van Simon Tolkien!

stolkien

stolkien2
klik voor vergroting

[persbericht] Waar J.R.R. Tolkien zijn oorlogservaringen verwerkte in het onsterfelijk geworden fantasyverhaal The Lord of the Rings, gebruikt zijn kleinzoon de oorlogservaringen van zijn opa om er zijn eigen roman mee te scheppen. Een heel ander soort verhaal, maar in essentie toch ook weer niet. De literair historische debuutroman van Simon Tolkien is een haast Dickensiaans verhaal van diepte en kwaliteit.

stolkien3
Simon met opa en oma

Simon Tolkien was succesvol advocaat in Londen voordat hij met zijn vrouw en kinderen naar Californië verhuisde, waar hij fulltime ging schrijven. Evenals zijn beroemde grootvader (zie foto rechts), met wie hij een speciale band onderhield, is hij een begenadigd verhalenverteller met een prachtig taalgebruik en een uniek waarnemingsvermogen voor de duistere kant van de menselijke natuur.

Brenda Heeringa: “Ik corrigeerde  Niemandsland van Simon Tolkien. Bij vlagen misselijkmakend, continu schrijnend en o zo beeldend. Lees dat boek!”

Lees hier een fragment! niemandsland-fragment

 

stolkien4

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail