Van binnen uit denken

Van binnen uit denken

kierkegaard-boekWillem Jan Otten: In het volgroeiend bewustzijn blijven de drie stadia [esthetisch, ethisch en religieus] gelijktijdig werkzaam, als de ringen in een boom. Daarom is het een echte kierkegaardiaanse paradox om te beseffen dat Kierkegaard, juist ook in zijn late Christus-omcirkelende geschriften, om te beginnen stijl is. Een esthetisch, literair genoegen. En dat als hij dat niet was, de adembenemende stilist en de ongeëvenaarde metaforensmid en de doeltreffende verhalenverteller, hij niet zijn unieke plek in het christelijke denken zou hebben ingenomen. Dankzij die stijl kan hij iets wat maar heel weinig filosofen, en nog minder theologen kunnen, en dat is: zonder enig vertoon met gezag spreken. (..) Zijn opgave is nu eenmaal van meet af aan geweest: van binnen uit denken. Een enkeling zijn, de man die Copernicus weer heeft omgedraaid, en ons bewustzijn, ons besef van existentie, in het midden heeft geplaatst – of, zoals John Updike, schreef: ‘Kierkegaard heeft ons ingepeperd, met Romantische urgentie, dat, subjectief gesproken, onze existentie het centrum van het universum is.’

Waar Hegel [als een adelaar] in een mulischiaanse glijvlucht de hele Mont Blanc overziet en in kaart brengt, daar hakt diep binnen in Kierkegaard zin voor schitterende zin zijn gang door de berg…

Hij staat te boek als de wijsgeer van de angst, maar wat weet hij veel van liefde, hij troost zonder woorden van troost.

Uit: Willem Jan Otten, De erfvraag (in: Wat bezielt Kierkegaard? Zeven essays over een dwarse denker)

kierkegaard-quote2

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *