Archief van
Tag: troost

Novaire

Novaire

novaire[review Guus Bauer] Iets dat eigenlijk voor alle personages in Zeg maar dat we niet thuis zijn opgaat: Het lichaam en de ziel verouderen, maar vanbinnen zijn ze nog niet geboren. Die loutering treedt op in de loop van de roman. Meneer Jahangir beseft na zijn sterven dat hij alleen maar bezig was om niet dood te gaan, dat hij slechts als overlever in Nederland is geweest. Milan den Hartog doet in feite niet veel meer. Hij heeft nogal veel in bewaring gekregen, vooral van zijn twee moeders. Meneer Jahangir neemt eigenlijk de jonge Milan onder zijn hoede.

“Je kunt met ambassades en met landsgrenzen onderhandelen maar met de waarheid niet. Die moet je iets geven. Op tijd. Zodat je niet iets hoeft te bewaren wat niet van jou is. Of alleen voor een tijdje. Dat kan ook. (..) Er zit zoveel toekomst in de waarheid verborgen. Daarom struikelen de mensen zo vaak over de waarheid. Omdat ze bang zijn dat de toekomst dan voorgoed is afgesneden.”

novaire1Novaire weet de strubbelingen met de nabestaanden levensecht weer te geven. De zoon van meneer Jahangir is volledig geïntegreerd, de dochter houdt vast aan waarden uit het vaderland. Tegelijkertijd komen we – fijn achteloos door de schrijver verwerkt – meer te weten over de Feyli-Koerden. Een mooie gewoonte bij Islamitische bedevaartoorden: het in de diepte van het mausoleum werpen van een wit papiertje met een wens. Novaire noemt dat mooi ‘het samenvatten van de ziel’. Meneer Jahangir is bij de moskee van Najaf over een paarlemoeren oorbel gestruikeld. Hij werpt zijn wens niet in de diepte, maar gebruikt het papiertje om de oorbel in te verpakken. En op die manier heeft hij zijn wens om zeep geholpen. Meneer Jahangir ‘schenkt’ de oorbel aan Milan, als een startkapitaal en neemt daarna het initiatief in eigen hand. Hij weet wat te doen, laat een voorbeeldige zoon na, een man van het compromis. Iemand van wie de kinderen van Nederland nog veel kunnen leren.

In de ongetwijfeld zwaarbevochten ‘eenvoudige’ stijl van Novaire zit een grote schoonheid verborgen. Novaire biedt troost. Elke waarachtige literator zou naar een dergelijke sterke beeldvorming bij de lezer moeten streven.

Rashid Novaire (1979) schreef drie romans, waarvan ‘Maïsroest’ op de shortlist stond voor de Libris Literatuurprijs.

Leesfragment!

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Troost

Troost

bonhoeffer
Dietrich Bonhoeffer

Vandaag tijdens de afscheidsbijeenkomst van de erudiete Arnout van der Spek (doctor in de geneeskunde, radioloog en assyrioloog) gehoord, en niet alleen gehoord, ingeademd, woorden van Bonhoeffer, uit de gevangeniscel, kort voor zijn dood:

Als je van iemand houdt en je bent van hem of haar gescheiden, kan niets de leegte van zijn afwezigheid opvullen. Je moet dat niet proberen, je moet eenvoudig aanvaarden en volharden. Dat klinkt erg hard, maar het is een grote troost, want zolang de leegte blijft, blijf je aldoor met elkaar verbonden. Het is fout te zeggen: God vult de leegte. Hij vult haar helemaal niet… integendeel. Hij houdt de leegte leeg en helpt ons zo de vroegere gemeenschap met elkaar te bewaren, zij het dan ook in pijn. Hoe mooier en rijker de herinneringen, des te moeilijker de scheiding. Maar dankbaarheid verandert de pijn van de herinnering in stille vreugde. De mooie dingen van vroeger zijn geen doorn in het vlees, maar een kostbaar geschenk dat je meedraagt. Je moet zorgen dat je niet in je herinneringen blijft graven en je erin verliest. Een kostbaar geschenk bekijk je niet aldoor, maar alleen op bijzondere ogenblikken. Buiten die ogenblikken is het een verborgen schat, een veilig bezit. Dan wordt het verleden een blijvende bron van vreugde en van kracht.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail