Archief van
Tag: stilist

Benjamin Faust etc.

Benjamin Faust etc.

shakespeare5
1998; met uitvoerige inleiding! (p.5-31)
shakespearefrankalbers
Filosoof en schrijver

[bezigebij.nl] Frank Albers (1960) studeerde filosofie in Gent en literatuurwetenschappen in Oxford. In 1996 promoveerde hij aan Harvard over het utopische denken van Jean-Jacques Rousseau en Ralph Waldo Emerson. Van 1998 tot 2000 was hij samen met Bernard Dewulf hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift. Van 2001 tot 2005 leidde hij de Standaard der Letteren. In 1982 verscheen de roman Angst van een sneeuwman (Yangprijs 1983).

Albers is ook actief als literair vertaler; hij vertaalde o.a. Titus Andronicus, Hamlet, King Lear en Romeo & Julia van William Shakespeare. Tevens doceert hij aan de Universiteit Antwerpen.

In oktober 2014 verscheen zijn nieuwe roman Caravantis, een satirische ideeënroman over de teloorgang van een gedroomd land. Het boek stond op de longlist van de ECI Literatuurprijs. 2015.

albers2[review] Albers gebruikt in Caravantis een beproefd procedé. Hij laat de lezers het wel en wee van Caravantis ontdekken via de ogen van een buitenstaander: Jakob Jarvik, de journalist van The Wyoming Times, die naar Caravantis gestuurd wordt om verslag te doen van een jongen die maar blijft groeien (en op het einde van de roman de dertig meter gepasseerd is). Jarvik maakt onder andere kennis met Suzanne, die getrouwd is met Cyril Claes, de ‘gewoonste man’ van Caravantis. Daarnaast is er een oud-rechter wiens vrouw op mysterieuze manier verdwijnt en die daar langzaam aan kapot gaat; een ex-gedetineerde die twaalf jaar lang onschuldig in de gevangenis zat en een verhouding begint met een caféhoudster die een kind heeft uit een affaire met de president van Caravantis; de Kroatische ex-keeper Balint die ooit zeer populair was totdat een financieel schandaal het hele voetbal in Caravantis om zeep hielp. Buiten het kleine universum van Caravantis staat de geniale baby, Benjamin Faust, die van bij zijn geboorte kan spreken en de taalpil linguanol uitvindt waarmee iedereen binnen een week Engels kan spreken. Zo wordt iedere taaldiversiteit en taalpolitiek voor minderheden meteen totaal overbodig. (..)

Geen toeval dat het derde en veruit het langste hoofdstuk van de roman Scherven heet. De hoofdstukken zijn inderdaad scherven: van een discours of van een bestaan. Op het einde van de roman beschrijft Jakob Jarvik zijn situatie als volgt: “Ik ben de vreemdeling, rondscharrelend in dit verbrijzeld glasschilderij.” Vermoedelijk wil Albers dat zijn roman ook op die manier gelezen wordt, en daar is veel voor te zeggen. Een veelvoud aan stemmen en perspectieven betekent ook een veelheid aan toonaarden. Albers toont zich hier een behendig stilist. De roman opent met een Ouverture: een aantal korte fragmenten die naast elkaar geplaatst onbegrijpelijk zijn voor de lezer maar die – zo zal later blijken – afkomstig zijn uit de verschillende verhaallijnen van de roman. Je zou deze ouverture ook kunnen zien als het moment waarop de verschillende muzikanten uit een orkest hun instrument nog even testen voor de aankomst van de dirigent. Een aantal van de verhaallijnen worden in de loop van de roman met elkaar verknoopt, andere blijven gewild loshangende draden.

De meerstemmigheid van de roman uit zich niet alleen op het niveau van de verschillende personages en de verschillende stijlen die uitgeprobeerd worden (realistisch, grotesk, essayistisch, dramatisch). De roman zit eveneens vol van al dan niet expliciete verwijzingen naar zowel de literatuur en de filosofie als naar de populaire cultuur. Op het einde van de roman zegt Jakob Jarvik tegen zijn vriendin Suzanne dat zijn ware naam Karl Rossmann is. Dat is niet toevallig de naam van het hoofdpersonage uit Kafka’s onvoltooide roman Amerika. Beide personages blijken ook een gelijklopende biografie te hebben: emigratie uit Duitsland, een tijdlang inwonen bij oom Jacob, een loopbaan als liftboy en ten slotte een job bij Het Theater van Oklahoma. Albers laat met andere woorden Kafka’s emigrant als journalist terugkeren naar de oude wereld! En wie de passages leest over het ondergrondse netwerk van prostitutie en vrouwenslavernij waarin de notabelen van Caravantis betrokken zijn, kan niet anders dan aan series als Twin Peaks of films als Eyes Wide Shut denken.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Van binnen uit denken

Van binnen uit denken

kierkegaard-boekWillem Jan Otten: In het volgroeiend bewustzijn blijven de drie stadia [esthetisch, ethisch en religieus] gelijktijdig werkzaam, als de ringen in een boom. Daarom is het een echte kierkegaardiaanse paradox om te beseffen dat Kierkegaard, juist ook in zijn late Christus-omcirkelende geschriften, om te beginnen stijl is. Een esthetisch, literair genoegen. En dat als hij dat niet was, de adembenemende stilist en de ongeëvenaarde metaforensmid en de doeltreffende verhalenverteller, hij niet zijn unieke plek in het christelijke denken zou hebben ingenomen. Dankzij die stijl kan hij iets wat maar heel weinig filosofen, en nog minder theologen kunnen, en dat is: zonder enig vertoon met gezag spreken. (..) Zijn opgave is nu eenmaal van meet af aan geweest: van binnen uit denken. Een enkeling zijn, de man die Copernicus weer heeft omgedraaid, en ons bewustzijn, ons besef van existentie, in het midden heeft geplaatst – of, zoals John Updike, schreef: ‘Kierkegaard heeft ons ingepeperd, met Romantische urgentie, dat, subjectief gesproken, onze existentie het centrum van het universum is.’

Waar Hegel [als een adelaar] in een mulischiaanse glijvlucht de hele Mont Blanc overziet en in kaart brengt, daar hakt diep binnen in Kierkegaard zin voor schitterende zin zijn gang door de berg…

Hij staat te boek als de wijsgeer van de angst, maar wat weet hij veel van liefde, hij troost zonder woorden van troost.

Uit: Willem Jan Otten, De erfvraag (in: Wat bezielt Kierkegaard? Zeven essays over een dwarse denker)

kierkegaard-quote2

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail