Archief van
Tag: Buber

Spelenderwijs

Spelenderwijs

buber20
Uit: De weg van de mens

Ieder werk dat ik vanuit een eengemaakte ziel doe, heeft zijn terugslag op mijn ziel, werkt in de richting van een nieuwe en hogere eenmaking, voert mij, zij het ook langs velerlei wegen, naar een bestendiger eenheid dan de voorafgaande. Zo komt men eindelijk daar, waar men zich op zijn ziel verlaten kan, omdat haar mate van eenheid zo groot is, dat zij de tegenstrijdigheden spelenderwijs overwint. Waakzaam moet men echter ook dan zijn, maar het is een rustige waakzaamheid. Rabbi Nachum knikte zijn leerlingen vriendelijk toe en vroeg: ‘Kennen jullie de regels van het damspel? De eerste is dat je geen twee stappen tegelijk mag doen.. De tweede dat je alleen voorwaarts mag gaan en niet terug.. En de derde: wanneer je aan de overkant bent, mag je gaan waarheen je wilt..’

buber18

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Buber lezen – II

Buber lezen – II

Die Welt ist dem Menschen zwiefältig nach seiner zwiefältigen Haltung.

Die Haltung des Menschen ist zwiefältig nach der Zwiefält der Grundworte, die er sprechen kann…

 

buber-jerusalem_artIK EN JIJ

vertaling, annotaties en typografie: LWvdS

[“Waarnemen, gewaarworden, voorstellen, willen, voelen, denken en dergelijke – alleen hieruit bestaat het menselijk innerlijk niet. Ze vormen samen het Rijk van het Het. Maar het Rijk van het Jij heeft een andere grond.”]

 

Er is geen onafhankelijk Ik, er is alleen het Ik van het grondwoord Ik-Jij en het Ik van het grondwoord Ik-Het. Als iemand Ik zegt, bedoelt hij een van beide. Dit Ik dat hij bedoelt, alleen dat Ik is[!] er wanneer hij Ik zegt. Ook als hij [alleen] Jij of Het zegt, is het Ik  er, van het ene of van het andere grondwoord.

Ik zijn en Ik zeggen zijn één. Ik zeggen en de grondwoorden zeggen zijn één. Wie een grondwoord zegt, treedt en [be]staat in dit woord.

*

[En dus:] Het leven van het menselijk innerlijk is niet alleen te vinden door transitieve werkwoorden. Het bestaat niet alleen uit activiteiten die iets tot voorwerp hebben. Ik neem iets waar. Ik word iets gewaar. Ik stel me iets voor. Ik wil iets. Ik voel iets. Uit al deze en dergelijke activiteiten alleen bestaat het menselijk innerlijk niet. Ze vormen samen het Rijk van het Het. [!] Maar het Rijk van het Jij heeft een andere grond.

*

Wie Jij zegt, heeft geen iets tot voorwerp. Want waar een iets is, is ook een ander iets; ieder Het grenst aan een ander Het; dit Het is er slechts doordat het grenst aan een ander Het. Maar als er Jij wordt gezegd, is er geen iets. Jij is grenzeloos. Wie Jij zegt, heeft geen iets, hij heeft niets. Maar hij staat [tot Jij] in de relatie [van het woord].

[“Het grondwoord Ik-Jij sticht de wereld van de relatie.”]

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Buber lezen – I

Buber lezen – I

Bubers Ich und Du - aanwezig in The National Library of Israel, Jeruzalem
Bubers Ich und Du – aanwezig in The National Library of Israel, Jeruzalem

Die Welt ist dem Menschen zwiefältig nach seiner zwiefältigen Haltung.

Die Haltung des Menschen ist zwiefältig nach der Zwiefält der Grundworte, die er sprechen kann…

 

buber-jerusalem_artIK EN JIJ

vertaling, annotaties en typografie: LWvdS

[“Waarnemen, gewaarworden, voorstellen, willen, voelen, denken en dergelijke – alleen hieruit bestaat het menselijk innerlijk niet. Ze vormen samen het Rijk van het Het. Maar het Rijk van het Jij heeft een andere grond.”]

De wereld is voor de mens niet een maar twee, als gevolg van zijn tweevoudige houding er tegenover.

De houding van de mens is tweevoudig als gevolg van het tweevoud van de grondwoorden die hij kan spreken.

Deze grondwoorden zijn geen afzonderlijke woorden, maar woordpáren. Het ene grondwoord is het woordpaar Ik-Jij. Het andere grondwoord is het woordpaar Ik-Het; er is geen verandering in betekenis van het grondwoord als voor Het een van de woorden Hij en Zij in de plaats komt. [Het, Hij en Zij zijn geen Jij]

Ook het Ik van de mens is dus tweeërlei. Want het Ik van het grondwoord Ik-Jij is een ander Ik [!] dan dat van het grondwoord Ik-Het.

*

Grondwoorden zeggen niet iets over wat buiten hen zou bestaan [!], maar wanneer zij gesproken worden, stichten zij iets om te bestaan.

Grondwoorden worden met het innerlijk gesproken. Als Jij wordt gesproken, is het Ik van het woordpaar Ik-Jij meegesproken. Als Het wordt gesproken, is het Ik van het woordpaar Ik-Het meegesproken. Het grondwoord Ik-Jij kan slechts met het GEHELE innerlijk worden gesproken. Het grondwoord Ik-Het kan NOOIT met het gehele innerlijk worden gesproken.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail