Archief van
Auteur: Blaise T.

Bijzonder debuut

Bijzonder debuut

Een verrassende uitkomst: niet Stephen King, niet John Grisham en niet Margaret Atwood verkochten in 2019 de meeste boeken in Amerika. Dat was de 70-jarige debutant Delia Owens. Owens is gepensioneerd wildlife biologe en heeft al een aantal non-fictie boeken op haar naam staan. Van haar boek Where the Crawdads Sing werden sinds publicatie (augustus 2018) meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht en dat is meer dan bovenstaande drie schrijvers bij elkaar in een jaar verkopen. In Nederland verscheen het eerder als Het moerasmeisje.
owens2
[fragment]
Moeras is niet hetzelfde als drasland. Moeras is een oord van licht,
waar gras in het water groeit en het water overloopt in de lucht.
Traag meanderende stroompjes voeren de bol van de zon met zich
mee naar zee en langpotige vogels verheffen zich met een onver-
wachte gratie, alsof ze niet op vliegen zijn gebouwd, tegen het ach-
tergrondgeraas van ontelbare sneeuwganzen.
Het echte drasland, met de zompige veenpoelen kruipt hier en
daar het moeras binnen, verborgen in klamme wouden. Het veen-
water staat stil, is donker, heeft het licht opgeslokt in zijn mod-
derstrot. Zelfs aardwormen leven hier overdag. Er zijn natuurlijk
wel geluiden, maar vergeleken met het moeras is het drasland stil,
want ontbinding is een proces op celniveau. Het leven vergaat en
stinkt en keert terug tot rottende humus; een penetrant geurende
omwenteling van dood naar leven.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Aftrap Multatuli-jaar

Aftrap Multatuli-jaar

[trouw.nl] Het Multatuli-jaar breekt aan. Op 2 maart is het tweehonderd jaar geleden dat de schrijver ter wereld kwam. De aftrap van het jubileum is vandaag in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Koning Willem-Alexander – naar verluidt een bewonderaar – zal een gedenksteen leggen. Arnon Grunberg houdt een lofrede en Thom Hoffman draagt een passage voor uit Multatuli’s beroemdste boek, de ‘Max Havelaar’ uit 1860.

Wat maakt Multatuli voor het hedendaagse publiek nog interessant? Dik van der Meulen legt het graag uit, schuifelend door het museum. De neerlandicus publiceerde in 2002 zijn bekroonde en zojuist heruitgegeven biografie ‘Multatuli: leven en werk van Eduard Douwes Dekker’. Hij weet álles over zijn held.

Het bijzondere aan Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, is dat hij zijn tijd ver vooruit was. En in meerdere opzichten heeft hij de geschiedenis blijvend veranderd.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Vandaag verschenen: Cultboek

Vandaag verschenen: Cultboek

Kate beweert dat zij de laatste mens op aarde is. Ze wantrouwt de taal en ziet er de grote beperkingen van in, een gegeven dat David Markson weet uit te drukken in hypnotiserend prachtig proza.

Wittgensteins minnares bereikte in de jaren tachtig de status van cultboek en kan bogen op lovende kritieken van zowel literatuurminnaars als filosofen. Deze roman is een eindtijdfantasie, een experimenteel literair werk en een huiveringwekkend vervreemdend boek in één.

Lieke Marsman schreef speciaal voor deze uitgave een begeleidend nawoord: ‘Ik kan me de eerste keer dat ik Wittgensteins minnares opensloeg nog goed herinneren. “In het begin liet ik soms boodschappen achter op straat.” Dat is gedurfd, dacht ik, te beginnen op de wijze van het boek Genesis.’

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Voorpublicatie

Voorpublicatie

Lees hier de voorpublicatie van ‘Het water komt’ van Rutger Bregman.

Een brief aan alle Nederlanders:

Klimaatverandering bedreigt het voortbestaan van Nederland!

Beste landgenoot,

Als er nu één verhaal verteld moet worden, dan is dat het verhaal van Nederland en de stijgende zeespiegel. Ik weet ook wel: klimaatverandering voelt vaak als een ver-van-je-bed show. Wat warmere zomers, misschien geen Elfstedentocht meer, maar hoe erg kan het nu echt worden?

Laat ik de dreiging wat duidelijker beschrijven.

Het voortbestaan van Nederland staat op het spel.

Er is een kans dat onze kinderen afscheid moeten nemen van steden als Den Haag en Delft, Rotterdam en Amsterdam, Leiden en Haarlem. Dat zeg ik niet, dat zeggen tal van Nederlandse wetenschappers. Ik sprak er zeven afgelopen zomer en was verbijsterd over hoe openhartig zij spreken over het scenario waarin we grote delen van Nederland moeten opgeven.

‘Als je nu kinderen krijgt’, stelt Maarten Kleinhans, hoogleraar fysische geografie aan de Universiteit Utrecht, ‘dan heb je het over mensen die mogelijkerwijs hun land aan het verliezen zijn. Die straks geen Nederlander meer zijn, omdat er geen Nederland meer is. Dáár hebben we het over.’

Geograaf Kim Cohen, een collega van Kleinhans, vreest hetzelfde. ‘Ik denk dat we 2 meter zeespiegelstijging aankunnen in Nederland. Maar als het 3, 4 of 5 meter wordt, dan vraag ik het me af. De maatregelen die we dan zouden moeten nemen, zijn draconisch. Ik denk dat we dan al beginnen met het opgeven van steden.’

Lange tijd werd voor het jaar 2100 een zeespiegelstijging van maximaal 85 centimeter verwacht. Maar in de afgelopen jaren komen de voorspellingen steeds hoger uit. Zelfs als het lukt om de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken, dan nóg lopen we volgens het KNMI risico op een 2 meter hogere zeespiegel in 2100.

Als de aarde sterker opwarmt (tot 4 graden in 2100) dan halen we die 2 meter vrijwel zeker, en kunnen we in 2200 uitkomen op 5 tot 8 meter.

Om je een idee te geven: de Deltawerken zijn berekend op een stijging van 40 centimeter.

De Watersnoodramp

Bijna zeventig jaar geleden ging het al eens mis. In de nacht van 1 februari 1953 braken de dijken op meer dan vijfhonderd plaatsen in Nederland en verdronken 1.836 Nederlanders.

Maar daarna bouwden we de Deltawerken, een van de zeven moderne wereldwonderen, die ons sindsdien hebben beschermd.

Toen de wet voor de Deltawerken op 5 november 1957 werd aangenomen door de Tweede Kamer was de bouw al begonnen. Buitenlandse journalisten verbaasden zich over de Hollandse daadkracht. ‘Wat die krankzinnige ingenieurs nu voorstellen’, schreef The Saturday Evening Post, ‘is een Maginotlinie van drie nieuwe dammen […]. Dit concept doet al een tijdje de ronde. Maar, zoals een Nederlander zei: “We moesten eerst kwaad worden om te vergeten dat het onmogelijk was.”’

Helaas zijn Nederlanders vergeetachtig. Tegenwoordig zijn vooral buitenlanders onder de indruk van de Oosterscheldekering met haar 65 pijlers die elk zo groot zijn als een kathedraal, en de Maeslantkering met haar twee bewegende Eiffeltorens en de grootste kogelgewrichten ter wereld.

Wij Nederlanders hebben minder interesse. De informatieborden bij de Haringvlietdam zijn versleten, de letters eraf gevallen. Op Neeltje Jans, het werkeiland in de Oosterscheldekering, staat een pretpark dat is verkocht aan een Spaanse multinational.

Een nieuw Deltaplan

En ondertussen stijgt de zeespiegel door.

‘De modellen gaan er nu van uit dat het rond 2050 echt gaat beginnen’, vertelt Marjolijn Haasnoot, onderzoeker waterbeheer. ‘Mijn kinderen zijn dan even oud als ik nu. Het is helemaal niet zo ver weg als we denken.’

Het is, kortom, tijd voor een nieuw Deltaplan. En dit keer gaat het niet alleen over dammen en dijken, bruggen en eilanden. Het Deltaplan van onze tijd gaat óók over zonnepanelen en windmolens, flitstreinen en megabatterijen.

Dit besef lijkt eindelijk doorgedrongen tot Den Haag. Op 28 mei 2019 werd de Klimaatwet aangenomen door de Eerste Kamer. In 2030, zo hebben we afgesproken, stoten we 49 procent minder broeikasgassen uit ten opzichte van 1990. In 2050 minstens 95 procent. Is dat veel? Is dat snel?

Laat ik de uitdaging wat concreter maken.

Acht miljoen gebouwen moeten van het gas af, negen miljoen auto’s moeten op stroom of waterstof gaan rijden, het elektriciteitsnet moet minstens drie keer zo zwaar worden, een kwart van de Noordzee moet worden volgebouwd met windmolens, 75 miljoen zonnepanelen moeten worden aangesloten, 100.000 hectare bos moet worden aangeplant, en we hebben tig technologieën nodig die nog niet eens zijn uitgevonden.

Dit wordt de grootste verbouwing van ons land. Ooit.

De toekomst van ons land

Onder de dijkgraven van Holland is er een oud gezegde: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood, en af en toe een watersnood.’ En ja, in het verleden was er steeds een ramp nodig om ons wakker te schudden. In 1916 moest eerst Noord-Nederland onderlopen voordat we begonnen aan de bouw van de Afsluitdijk. In 1953 moest eerst Zuid-Nederland verdrinken voordat we begonnen aan de bouw van de Deltawerken.

Dus moet het nu weer misgaan? Moet het water oprukken tot de Veluwe voordat we stoppen met gemiep over dure warmtepompen en lelijke windmolens? Zullen we dan pas beseffen dat we een revolutie moeten doormaken, de totale economie moeten transformeren en een gidsland voor de rest van de wereld moeten zijn?

Eén ding is zeker: willen we ons land behouden, dan moeten we strijd leveren. Strijd tegen het water, en strijd tegen onszelf. Tegen onze eigen apathie. Tegen onze eigen zuinigheid. Natuurlijk, aan de ene kant zijn we een volk van klagers en zeikers, zeurpieten en mopperaars. Een volk dat ziende blind kan zijn, zelfs als jarenlang de waarheid onder onze neus wordt gewreven.

Toch zijn we ook een volk dat boven zichzelf uit kan stijgen. Dat tot ongelofelijke dingen in staat is, en een gidsland voor de rest van de wereld kan zijn. Ja, dat zal veel tijd, geld en energie kosten – maar dat is altijd zo geweest. Wij strijden al duizend jaar tegen het water. En we kunnen dit, omdat we polderaars zijn. Omdat we water in land veranderen. Omdat onze toekomst, ook nu, in onze eigen handen ligt.

Rutger Bregman

Dit is een voorpublicatie van ‘Het water komt’ van Rutger Bregman.

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Brexit-afscheidsbrief van Barnes!

Brexit-afscheidsbrief van Barnes!

Trouw nodigde schrijver Julian Barnes uit om op deze bijzondere dag een afscheidsbrief te schrijven aan Europa. Dat deed hij graag. De brief staat vandaag ook in El Pais, La Repúbblica, Le Figaro en de Süddeutsche Zeitung. Lees hier de brief in het Engels.

Beste Europeanen,

Vandaag zullen een paar van mijn vrienden huilen, ­anderen zullen nog steeds razen van woede. Sommigen zullen zich bezatten (met Europese wijn of bier), anderen zetten hun favoriete Europese muziek op of ­lezen hun favoriete passages uit de ­Europese literatuur. Ik denk dat ik het maar negeer, doe alsof het een dag als alle andere is, ook al is dat niet zo.

Dat is geen ontkenning of onverschilligheid. Ik treur en rouw om ons vertrek uit ­Europa net als zij, ik geloof dat het een daad is van misleid masochisme. Maar ik geloof ook dat geschiedenis zich in cirkels voltrekt. Bovendien weet ik dat mijn eigen fascinatie en bewondering voor Europa door het halve land worden gedeeld en dat die zullen blijven bestaan, welke gekkigheid onze regering verder nog over ons uitstort. Ik was een 27-jarige eurofiel toen we ons in 1973 aansloten bij de EEG; en 47 jaar later ben ik een nog sterkere eurofiel. Mijn enig voornemen voor dit eerste jaar van onze afvalligheid is dat ik een nog langer deel ervan in Europa zal doorbrengen dan normaal.

De Franse schrijver Barbey d’Aurevilly (1808-1889), die het puriteinse moralisme van het vroeg victoriaanse Engeland duidde, schreef: “Engeland, slachtoffer van zijn eigen geschiedenis, zette eerst een stap in de toekomst, om zich vervolgens toch weer te verschansen in het verleden”. Die uitspraak gaat vandaag weer op. Veel van hen die de brexit propageerden en ervoor stemden verwezen naar het glorieuze verleden van ‘Brittannië’, sommigen gingen hele­maal terug naar de Slag bij Crécy in 1346. Er waren er die benadrukten hoe ‘we er in 1940 alleen voor stonden’, een isolement waarin we als natie op ons best waren. Goed, we stonden ‘alleen’, dan wel buiten de mankracht van de ­hele Commonwealth gerekend – India, Canada, Australië, Nieuw Zeeland… Maar zoals een andere wijze Fransman, Ernest Renan, het uitdrukte: “Je geschiedenis verkeerd hebben is eigen aan het natiedom”. Dat is heel waar; we kennen allemaal de stichtingsmythe die ieder land nodig heeft. Wat Renan zegt, is nog verontrustender: dat ieder land valse mythen nodig heeft om voort te kunnen.

Geen gemeenschapszin

Generaal De Gaulle sprak tot twee keer toe zijn veto uit over de toetreding van ­Engeland tot de EEG ­omdat wij niet commu­nautair zouden zijn – we hebben geen gemeenschapszin. Voor een groot deel had hij gelijk. De afgelopen 47 jaar waren er nauwelijks Britse politici die openlijk hun morele steun gaven aan Europa of die het waagden onomwonden de waarheid te ver­kondigen: dat dit Europa het grootste politieke succes van onze tijd is. Britse regeringen hadden het alleen maar over economie, het eigen belang. barnesIn 1998 schreef ik een roman ‘Engeland, Engeland’, gesitueerd in de toekomst (zo ­ongeveer nu), waarin het Verenigd ­Koninkrijk ervoor stemt om Europa te verlaten, en daarin slaagt ‘door in de onderhandelingen in zulke koppige irrationaliteit te volharden dat het uiteindelijk wordt betaald om te ­vertrekken’.

Als ik op deze weemoedige dag ­word gevraagd om een nieuwe voorspelling te doen, zou ik zeggen: we ­zullen terugkeren (als jullie ons dan nog willen hebben). Het halve land houdt niet ineens op met eurofiel zijn omdat de andere helft heeft besloten zich in het verleden te verschansen. Vanaf vandaag zijn we geen remainers meer, maar returners.

Toen ik voor het eerst naar Europa ging, in de late jaren vijftig, ging ik naar een vreemde, licht griezelige plek. Mijn ouders namen mijn broer en mij op jaarlijkse auto­tripjes mee naar het Franse platteland. Als we heel soms een andere Britse auto zagen, zwaaiden we naar deze medevreemdelingen in een vreemd land. Maar Europa is niet vreemd meer, en de jongeren, die binnenkort aan de macht komen, zijn wel bereisd. Je kunt kennis niet ont-kennen, gevoelens niet ont-voelen. De vraag is nu eerst slechts wanneer we weer bij zinnen komen, en vervolgens of jullie ons terug zullen ­nemen. Ik hoop van wel.

Julian Barnes

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail