Archief van
Maand: december 2019

Clarice Lispectors meesterwerk

Clarice Lispectors meesterwerk

lispector9Dit boek, waarmee Clarice Lispector zich de ware opvolgster van Kafka betoont, is een onvergetelijke getuigenis van de manier waarop de kunstenares G.H. God tot zich laat komen…

Quotes:
‘Een liefdesverhaal, een thriller, een poging het dagelijks leven te vangen in woorden, een filosofische overpeinzing: Lispectors meesterwerk is alles tegelijk.’ de Volkskrant – Arjan Peters ★★★★

‘Clarice eist in deze onorthodoxe roman nogal wat van haar lezers. Maar dat mag. Ze krijgen er veel voor terug wat geen enkele ander auteur hun bieden kan.’ Trouw – Ger Leppers

‘Clarice Lispector schreef om alle zekerheden op hun grondvesten te doen daveren, om te ontwrichten wat vanzelfsprekend is en te openbaren wat ondenkbaar is.’ De Tijd –  Jan Dertaelen

 

[fragment] – –  ik zoek, ik zoek. Probeer te begrijpen. Aan iemand over te dragen wat ik beleefd heb, en ik weet niet aan wie, maar ik wil wat ik beleefd heb niet voor mezelf houden. Ik weet niet wat ik aan moet met wat ik beleefd heb, ik ben bang voor die diepe ontregeling. Ik vertrouw het niet wat me is overkomen. Is me iets overkomen wat ik als iets anders heb beleefd, omdat ik niet weet hoe ik het moet beleven? Ik zou dat ontregeling willen noemen, en op die manier zou ik het er veilig op kunnen wagen, want na afloop zou ik weten waar ik naar terug moet keren: naar het voorafgaande geregelde geheel. Dit noem ik liever ontregeling, omdat ik mezelf niet bevestigd wil zien in wat ik beleefd heb – als ik dat wel doe, verlies ik de wereld die ik had en ik weet dat ik geen ruimte heb voor een andere.

Als ik mezelf hierin bevestigd zie en als werkelijk beschouw, ben ik verloren, want dan weet ik niet waarin ik mijn nieuwe ik moet inbedden – als ik doorga met mijn springerige visioenen moet de hele wereld veranderen wil ik erin passen.

Ik ben iets kwijtgeraakt wat wezenlijk voor me was en dat nu niet meer is. Ik heb het niet meer nodig, het is alsof ik een derde been kwijt ben dat me het lopen onmogelijk maakte maar waardoor ik wel stevig stond. Dat derde been ben ik kwijtgeraakt. En nu ben ik weer iemand die ik nooit geweest ben. Ik heb weer wat ik nooit heb gehad: slechts twee benen. Ik weet dat ik alleen met twee benen kan lopen. Maar de afwezigheid van het nutteloze derde voelt aan als een gemis en maakt me bang, want daardoor werd ik iets wat ik zelf kon vinden, zelfs zonder me te hoeven zoeken.

Ben ik ontregeld omdat ik kwijt ben wat ik niet nodig had? Ik weet niet of ik met die nieuwe lafheid van mij – dat is het nieuwste wat me is overkomen, lafheid, het is mijn grootste avontuur, die lafheid van mij is zo’n weids veld dat ik haar alleen met de grootste moed kan aanvaarden –, ik weet niet of ik met die nieuwe lafheid van mij, die zoiets is als wakker worden in een vreemd huis, de moed zal hebben om gewoon te gaan. Jezelf kwijtraken is moeilijk. Zo moeilijk dat ik hoogstwaarschijnlijk snel een manier zal bedenken om me te vinden, ook al is mezelf vinden opnieuw de leugen dat ik leef. Tot nu toe was mezelf vinden al een idee hebben van een mens en me daarin inbedden: ik zat volledig in die geregelde, georganiseerde mens, en de geweldige opbouwkracht die leven kostte voelde ik niet eens. Het idee dat ik had van een mens werd gevoed door mijn derde been, het been dat me stevig op de grond plantte. Maar wat nu? Word ik nu vrijer?

Nee. Ik weet dat ik nog niet vrijelijk voel, dat ik opnieuw denk, omdat het mijn doel is te vinden – en dat ik voor alle zekerheid vinden het moment zal noemen waarop ik een uitweg zie. Waarom heb ik niet de moed om alleen een toegang te vinden? O ja, ik weet dat ik binnen ben gekomen, maar ik schrok omdat ik niet weet waar ik uitkom. En ik had me nooit eerder laten meevoeren, tenzij ik wist waarheen.

Maar gisteren was ik urenlang mijn menselijke structuur kwijt. Als ik moed had, zou ik verloren blijven, maar ik ben bang voor wat nieuw is en ik ben bang om te beleven wat ik niet begrijp – ik wil altijd de zekerheid hebben om op zijn minst te denken dat ik het begrijp, ik kan me niet overgeven aan desoriëntatie. Hoe is het te verklaren dat mijn grootste angst juist te maken heeft met: zijn? Maar er is geen andere weg. Hoe is het te verklaren dat mijn grootste angst juist is te beleven wat er komt? Hoe is het te verklaren dat ik er niet tegen kan te zien, alleen maar omdat het leven niet is wat ik dacht dat het was, maar iets anders – alsof ik eerder wel zou hebben geweten wat het was! Waarom is zien zo’n ontregeling?

En een teleurstelling. Maar teleurgesteld waarover? Terwijl ik mijn slechts geconstrueerde samenhang waarschijnlijk amper kon verdragen? Misschien is teleurstelling de angst om niet meer tot een systeem te behoren. Maar dan zou je moeten zeggen: hij is dolgelukkig omdat hij eindelijk teleurgesteld werd. Wat ik vroeger was, was niet goed voor mij. Maar op dat niet-goede had ik het beste gevestigd: mijn hoop. Met mijn eigen kwaad had ik een toekomstig goed geschapen. Is mijn angst nu soms dat mijn nieuwe ik zinloos is? Maar waarom laat ik me niet leiden door wat er gebeurt? Dan zal ik het heilige gevaar van het toeval moeten lopen. En het lot vervangen door waarschijnlijkheid.

Maar zou ik als kind dan dingen ontdekt hebben zoals je iets ontdekt in een laboratorium, waar je gewoon vindt wat je vindt? Ben ik soms pas als volwassene bang geworden en heb ik toen dat derde been geschapen? Maar zou ik als volwassene de kinderlijke moed kunnen opbrengen om mezelf te verliezen? Jezelf verliezen betekent vinden zonder te weten wat je aan moet met wat je vindt. De twee benen die lopen, niet langer met het derde dat vastzet. En ik wil vastzitten. Ik weet niet wat ik moet doen met de verschrikkelijke vrijheid die me kan vernielen. Maar was ik blij toen ik vastzat? Of zat er, en ja, dat zat er, dat onnozele en onrustige iets in mijn gelukkige gevangenissleur? Of was er, en ja, dat was er, dat zeurende iets, waar ik zo gewend aan was dat ik dacht dat zeuren een mens zijn was. Is dat het? Ook ja, ook.

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
IJslandse kerst

IJslandse kerst

IJsland is het boekenwalhalla van de wereld. De IJslanders zijn dol op lezen, geven de meeste boeken uit per capita en behoren steevast tot de top 5 gelukkigste landen. Ook hebben zij de allermooiste kersttraditie van de wereld: boeken geven op kerstavond! 

Waar we in Nederland het hele jaar door boeken uitgeven, doen ze dat in IJsland eens per jaar in de maanden voor kerst. Dankzij de traditie elkaar een boek (of meer) cadeau te doen op kerstavond, is dat hét moment om alle nieuwe titels in de markt te zetten. Deze boekenvloed heeft dan ook een geheel eigen naam: Jólabókaflóð.

Op kerstavond worden boeken uitgewisseld, cadeau gegeven en gekregen, waarna je de rest van de avond heerlijk gaat zitten lezen. Vaak wordt het boek ook mee naar bed genomen, gecombineerd met chocola.

(bron: hebban.nl)

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
De Noorse meester van het langzame proza

De Noorse meester van het langzame proza

fosse13

[bron: volkskrant.nl] In ‘De andere naam’ zitten we in het hoofd van een schilder, de weduwnaar Asle, een solitaire figuur die staart naar zijn meest recente doek waarop slechts twee strepen staan, het zou een kruis kunnen zijn. Zijn gedachten malen maar door, het stikt van de herhalingen, aan de zinnen van Fosse komt geen einde, het is er donker, Kerstmis nadert, vrienden en geliefden zijn alcoholist of dood, iedereen zwoegt en ploetert, Asle voert gesprekken over ruimte, tijd en God met een visser die met Kerst naar zijn eenzame zus gaat. Afgrondelijke Scandinavische zwaarmoedigheid alom. Maar ondanks dat alles gloort er iets, smeult er hoop. Zolang de stem praat, is er een kans op verlossing en verzoening.

‘Als het totaal (Septologie) de buitengewone literaire kwaliteit van dit eerste deel behoudt, zal het een van de grote werken uit de wereldliteratuur worden.’ – Fernando Vizcaino

Vijf jaar werkte Jon Fosse aan de 1.500 pagina’s van zijn Septologie, veelal in volledige afzondering. Nu zijn de eerste twee delen wereldwijd verschenen. De volgende delen, Ik is een ander (Septologie III-V) en Een nieuwe naam (Septologie VI-VII), verschijnen respectievelijk in 2021 en 2022.

“Ooit zei ik dat schrijven voor mij zoiets is als bidden. Veel later las ik dat Franz Kafka precies hetzelfde heeft gezegd. Dus ik was allesbehalve origineel. (..) [Het gaat om concentratie], meditatie, een manier om het leven te begrijpen, om ergens naar te reiken. Ik denk niet aan de lezer als ik schrijf. Toen ik jong was, heb ik eens iets heel doms gezegd, toen mij werd gevraagd voor wie ik schrijf. Voor God, was mijn ietwat kribbige antwoord. Dat werd prompt de kop boven het stuk: ‘Fosse schrijft voor God.’ Dat vond ik beschamend. Dat hoort u mij niet meer zeggen. Ik schrijf voor iets of iemand en kan het niet nader definiëren. Ook het schrijven zelf niet: dat ontstaat als ik het doe. Het komt tot mij – ik weet niet vanwaar – en ik ben de secretaris die luistert en het geconcentreerd moet noteren. Niets mag mij daarvan afleiden.” (Jon Fosse, interview Volkskrant)

Sebastiaan Kort in NRC: ‘Ik raad de aanstaande lezer aan deze bezonken, bezielde boeken met een frisse, onbevooroordeelde geest tegemoet te treden. Naar aanleiding van Onderworpen liet Michel Houellebecq zich in een interview ontvallen dat ‘het zonder religie niet gaat’, leven. Fosse lijkt die stelling met dit boek te onderschrijven. Via een personage, maar toch.’

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Magnum opus

Magnum opus

fosse9
Magnum opus van een belangrijk schrijver

[fragment recensie Elisabeth Francet, bazarow.com]

Fuga in woord en beeld – Majestueuze klanken golven door de ruimte. Naar een orgelconcert luisterend in een vaal verlichte kloosterkerk, denk ik aan De andere naam. Septologie I-II, de zopas vertaalde roman van de Noorse schrijver Jon Fosse (1959). Terugkerende tonen vermengen zich met het onaardse licht en de repetitieve bewoordingen in Fosses werk. Beelden komen tevoorschijn, krijgen contouren, verveelvoudigen zich. Het orgelspel eindigt in een volstrekt harmonieuze stilte. Woorden, beelden, klanken vallen op hun plaats na een bovenzinnelijke, bijna religieuze ervaring. Beoogde Fosse een dergelijke ervaring met De andere naam?

(..) De andere naam eindigt met een lang gebed.

Fosses spirituele roman gaat voorbij aan taal, vorm, esthetiek, en richt zich naar abstracte symboliek, een oeridee, een archetype. De tekst is cirkelvormig, woorden schommelen heen en weer, deinen als eb en vloed. In minieme variaties overschildert Fosse woorden met bijna identieke woorden. Hij schildert traag, laag na laag, steeds donkerder, tot er licht ontstaat.

De roman staat vol verwijzingen naar de oorsprong van het christendom, de symboliek van het kruis, de confrontatie met de dood, het goddelijke in de mens, het immere zoeken naar licht in de duisternis.

Overgave is een voorwaarde om De andere naam naar waarde te kunnen schatten: overgave aan de trage cadans, de repetitieve bewoordingen, het bovenzinnelijke. Marianne Molenaar beweegt in haar vertaling vloeiend mee met Fosses cadans, wat het hypnotische effect ten goede komt. Al te veel weerstand kan je de toegang ontzeggen tot een sublieme leeservaring.

Iconische beelden komen tevoorschijn, zo krachtig dat ze je niet meer loslaten: Asle op zijn avondlijke tocht door Bjørgvin met de hond Brage in zijn armen; de andere Asle, liggend op de bank, trillend over zijn hele lijf; Åsleik in de deuropening van het oude huis, omkranst door licht; de afdrukken van Asle en Ales in de sneeuw, als twee engelen. Fosse schreef, schilderde, componeerde (kiest u zelf maar) andermaal een magistraal kunstwerk.

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Het leesavontuur dat Coetzee heet

Het leesavontuur dat Coetzee heet

coetzeeHA1

[Cyrille Offermans in DGA] Als filosofisch leesavontuur vind ik het hoofdstuk over Coetzee’s relatief korte, maar hoogst complexe roman Mr. Foe en Mrs. Barton misschien het meest geslaagde deel van Achterhuis’ boek. Hij geeft daarin een uitvoerige en inzichtelijke uiteenzetting over een paar essentiële noties uit het werk van Derrida, Foucault en Latour, plus een verhelderende interpretatie van de roman met behulp van die noties. (..) Hans Achterhuis maakt aannemelijk dat Coetzee, vergelijkbaar met Latour en in het spoor van Nietzsche en vele anderen, niet, zoals vaak wordt verondersteld, uit is op morele indifferentie, een vergaande relativering en uiteindelijk zelfs een verwerping van het begrip ‘waarheid’ als zodanig, maar juist op een uitbreiding, een steviger fundering ervan. Latour doet dat door te demonstreren dat wetenschappelijke waarheden niet simpelweg het resultaat zijn van geniale ontdekkingen, maar vooral ook van onderhandelingsprocessen en onderlinge afstemmingen waarvan de uitkomsten mede afhankelijk zijn van naamsbekendheid, marktpositie en financiën. Tegenover de populaire voorstelling van een ‘kant-en-klare wetenschap’ stelt hij een ‘wetenschap-in-wording’, een concentratie op alles wat voorafgaat aan en van invloed is op nieuwe, algemeen geaccepteerde feiten en theorieën.

De originaliteit van Achterhuis bestaat eruit dat hij laat zien dat Mr. Foe en Mrs. Barton op soortgelijke wijze teruggaat naar de maatschappelijke omstandigheden voorafgaand aan Defoe’s Robinson Crusoe. Coetzee vertelt niet zomaar een alternatief verhaal, hij vertelt het verhaal van de schipbreukeling in wording. In de constructie van dit vierdelige boek (tevens de deconstructie van het origineel) demonstreert hij via welke conflicten en ‘onderhandelingen’ het tot stand is gekomen, wat er in de context van de vroege achttiende eeuw in Engeland moest worden verzwegen en wat erbij werd verzonnen. Want uitgevers, weet Susan Barton, hoofdpersoon en vertelster van de eerste drie delen, zijn niet geïnteresseerd in de waarheid, ‘zij doen in boeken’, en daarom zal zij een man inhuren om haar verhaal ‘bij te schaven en er hier en daar een vleugje kleur in aan te brengen’.

Achterhuis licht voorbeeldig toe wat Coetzee vertelt maar zelf weigert toe te lichten. Zodoende verschaft hij ons scherpere, tot (her)lezen en zelfreflectie motiverende inzichten in het werk van een van de grootste hedendaagse literaire auteurs.

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Longlist beste filosofieboek 2020 bekend

Longlist beste filosofieboek 2020 bekend

De Socratesbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek. De longlist voor deze prijs is nu bekendgemaakt.

De lijst is samengesteld door de jury, bestaande uit Bastiaan Rijpkema (Universiteit Leiden), Paul Cobben (emeritus-hoogleraar Universiteit van Tilburg), Mariska Jansen (publicist en journalist), Marnix Verplancke (journalist De Morgen en Knack) en Rosan Hollak (journalist NRC Handelsblad).
Zij gaan alle de boeken van de longlist lezen en de moeilijke keus maken. Begin april zal de Socratesbeker uitgereikt worden, in de Maand van de Filosofie.

coetzeeHA2
klik voor vergroting

Hans Achterhuis – Coetzee, een filosofisch leesavontuur
Bert van den Bergh – De schaduw van de zwarte hond. Depressie als symptoom van onze tijd
René ten Bos – Extinctie
Maarten Boudry – Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat
Michel Dijkstra – In alle dingen heb ik rust gezocht. De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dogen
Katleen Gabriëls – Regels voor robots. Ethiek in tijden van AI
Arnon Grunberg – Vriend & vijand. Decadentie, ondergang en verlossing
Henriëtta Joosten – De publieke sfeer in de 21e eeuw. Hannah Arendt als gids voor professionals
Jos Kessels – Het welgetemperde gemoed
Jozef Keulartz – Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens
Thijs Lijster – Kijken, denken, proeven. Essays over kunst, kritiek en filosofie
Jeroen Linssen – Hebzucht. Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid
Donald Loose – Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant
Eva Meijer – De grenzen van mijn taal. Een klein filosofisch onderzoek naar depressie
Ilja Leonard Pfeijffer – Ondraaglijke lichtheid. Over het nut en nadeel van de ironie voor het leven
Ingrid Robeyns – Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?
Haroon Sheikh – Hydropolitiek. Samenwerking en conflict op zeven zeeën
Guido Vanheeswijck – Onbeminde gelovigen. Waarom we religieus blijven
Peter Venmans – Discretie. Essay over een vergeten deugd
Kees Vuyk – De feilbare mens. Waarom ongelijkheid zo slecht nog niet is

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail