Archief van
Maand: april 2019

Nieuwe roman van Désanne van Brederode

Nieuwe roman van Désanne van Brederode

brederode
Verschijnt 2 mei

[fragment] Een vakantie begint op het moment dat je de plaats van bestemming hebt bereikt. En eindigt bij het voor de laatste keer door een deur of poort gaan: van een hotel, een vakantiepark, een privéappartement, een camping. Nog steeds ben je in het land, de regio die je wilde bezoeken, maar de koffers zijn ingepakt, de foto’s zijn gemaakt, de souvenirs gekocht – en de straten waar je doorheen rijdt blijken het nu alweer prima af te kunnen zonder je voetstappen, je schaduw, je blikken. Jij herkent ze nog, maar ze herkennen jou niet meer. Ze zijn al een herinnering. Terwijl je hier en daar nog een winkelgevel met grappig logo aanwijst, een koffieverkoper op een talud, achter een opklaptafeltje met koperen kan en papieren bekertjes, of een heuvel die er in het avondlicht zo sprookjesachtig had uitgezien, zegt alles, doodstil: morgen loop je hier niet meer. Niet verwijtend, niet honend, ook niet alvast reikhalzend naar je terugkeer. Het decor stelt het nuchter vast. Of wordt door die vaststelling een decor.
Alleen voor hen die er wonen blijft alles levend, elke steen, elke verdorde boom, elke pinautomaat en kapperszaak met ’s avonds het wasrek met gebruikte handdoeken pontificaal op de stoep; zo levend, dat het door de bewoners al jaren niet meer wordt opgemerkt, laat staan becommentarieerd of gefotografeerd. De rolverdeling is weer glashelder.
Zij zijn hier thuis, jij gaat naar het jouwe.
Bethlehem is de Hebreeuwse naam van de stad. Eigenlijk: Beit Lechem. Het betekent: huis van het brood. De Arabische naam is Bayt Lahm. Huis van het vlees.
Hoe taal betekenis verandert. Brood werd in de loop van eeuwen vlees.
Het voornaamste voedingsmiddel van mensen werd: het vergankelijke lichaam zelf. Is het nu allebei. Brood en vlees. Maar een huis is het gebleven. En het vertoont geen enkele verwantschap met het peperkoeken huisje in het sprookje van Hans en Grietje, midden in een bos.
Dit is een huis van een stad, een huis zonder dak, onder een kobaltblauwe hemel en een felle zon die bijt en uitbijt. Een huis met vele huizen erin, in plaats van kamers.
In de verte lichten nederzettingen op, recht en modern, hier en daar een flat, met toefjes groen ertussen – een alles-in-één-modelbouwpakket dat lijkt vervaardigd in minder dan een etmaal. Dorpen, wijken, die gestaag uitdijen, zich voortplanten, en daarbij happen uit het oeroude heuvellandschap nemen, met kalme, montere vanzelfsprekendheid: hier komt de toekomst aan.
Legaal of illegaal – het zijn maar adjectieven. Je bent thuis waar je je koffie drinkt, je lamsbout roostert, je brood scheurt, om het te dopen in het kruidig-zilte braadvet of de schaal hummus ernaast.
Zou je niet beter weten, dan zou je denken aan vakantieparken voor de lokale bevolking zelf. Vinex-datsja’s op een rij. Een zwemparadijs in het hart ervan, goed verborgen voor vreemde ogen. Glijbanen en terrassen. Bassins tot de rand gevuld met oasewater, in elk geval tot november.

Ergens op de terugweg, misschien pas in het vliegtuig, zegt mijn zoon: ‘Hadden we Aladdin maar kunnen meenemen.’
Ik knik. Hadden we hem toch maar kunnen meenemen. Een nieuwe huisgenoot. Alsof hij speelgoed is, opblaasbaar. Kwestie van het ventieltje vinden, het dopje uit het gaatje trekken, de lucht laten weglopen, gladstrijken, opvouwen, platdrukken, en in de koffer ermee. Dan pompen we hem thuis weer op. Tot hij weer ademt en bezield is en kan spreken.
Het verbaast me, niet voor de eerste keer in mijn leven, dat iemands klanken je zo snel zo vertrouwd kunnen worden dat je tijdens de openingszinnen het latere gemis al voorvoelt.
Aladdin heeft twee stemmen. Een voor toeristen zoals wij, en een voor familie, vrienden, stad- en landgenoten. Een zachte, zangerige tenor in het Arabisch. Een bas wanneer hij Engels praat, met een Amerikaans accent; opgepikt van toeristen, maar vooral van films. Donker, zakelijk en zelfverzekerd, de woorden goed gearticuleerd en hierdoor iets vertraagd, als om de ondertiteling alvast te vereenvoudigen. Acteur in een biopic waarvan het script nog geschreven moet worden.
Misschien beziet hij zijn leven als een aaneenschakeling van auditiemomenten, geregistreerd door een verborgen camera en beoordeeld, op afstand, door een hem onbekende regisseur. Die hem, na lang wikken en wegen, op een dag de hoofdrol zal aanbieden in een waarheidsgetrouw discriminatiedrama met een onbegrijpelijk ontroerend happy end.
Ja. Aladdin behoort tot de weinige mensen die vooral schijnen te bestaan om ontdekt te worden (ontdekt, dus niet ‘gescout’) en die, als ontdekking uitblijft, niet teleurgesteld stoppen met het cultiveren van hun talent, maar er liever nog wat magie en charisma aan toevoegen. Waardoor ze ten slotte op het briljante af onontdekt mogen heten. Spijtig, niet voor henzelf, maar voor de wereld. Die er onmiskenbaar anders – niet eens per se mooier of beter – had uitgezien ware Aladdin het gezicht van Nespresso, Dior Homme, van Volvo of van Unicef geweest.
Hadden we hem maar kunnen meenemen.
Hoe onmogelijker een wens, hoe makkelijker die zich laat uiten.
Anders dan zijn vriend, die ons naar de luchthaven in Tel Aviv bracht, mag Aladdin Israël niet eens in. Wat hetzelfde is als niet weg mogen van de Westelijke Jordaanoever. Naar Jordanië kan hij wel, ik herinner me dat hij zoiets heeft gezegd, maar dan nog wordt verder reizen een probleem.
Met een uitnodiging van een Nederlandse ngo die ook naar strenge Israëlische maatstaven deugt, is er wellicht wat te proberen. Ik stel me voor dat Aladdin een paar lezingen komt houden over oude ambachten in de regio, met de nadruk op borduurkunst. We flansen samen wel een aankondigingstekstje in elkaar, hij laat zijn broer met diens smartphone een trailer maken, een teaser, en vervolgens is er via via misschien wel iemand te vinden met een invloedrijke naam in de multiculturele, duurzame werelderfgoed. en handvaardigheidsbranche die de noodzaak van Aladdins komst naar Nederland wil bepleiten en belooft garant te staan. Een tournee van een paar dagen, apolitiek, waarin hij gloedvol vertelt over de herkomst, de bewerking en het verven van garens. Over de geschiedenis en betekenis van het kruissteekje, in de regel rood op zwart. Daar is vast wel een cursus over te volgen, gewoon in Bethlehem. Het zal hierdoor geen ongedwongen vakantie worden. Dat Aladdin overtuigd zichzelf kan spelen, wil nog niet zeggen dat hij zich thuis zal voelen in de rol van naaldkunstdeskundige, achter een katheder met een slecht afgestelde, soms gillende microfoon, en tegenover een publiek dat niet komt voor hem, maar snakt naar een onderhoudende avond met exotische lichtbeelden en een informeel glas wijn na afloop.
Bij de gedachte aan de plichtplegingen die hem wachten, gesteld dat hij als spreker naar Nederland zou afreizen, voel ik me plaatsvervangend beroerd. Straks zetten ze hem in een rondvaartboot, of duwen ze hem het Rijksmuseum in, omdat je hier nu eenmaal niet weg mag zonder De Nachtwacht in het echt te hebben gezien. Straks voeren ze hem stamppot en erwtensoep…
En als we dan even tijd samen hebben, hij, mijn zoon en ik, zullen we als drie verlepte tulpen boven onze afhaalpizza’s hangen, te moe om ons te herinneren waarom we hieraan begonnen zijn. Ik vrees dat hij bij mij thuis niet eens op de bank in slaap zal durven vallen, alleen omdat mijn welwillende, belangstellende landgenoten hem in die korte tijd hebben wijsgemaakt dat hij een boodschap behoort te hebben, idealiter over identiteit, traditie en diversiteit in een geglobaliseerde wereld, over eerbied voor de aarde en het belang van vrede en verzoening.
Terwijl het mij zo leuk lijkt om samen met hem verveeld te zijn, en op Netflix naar een film te zoeken, pratend over niets bijzonders, urenlang, aan de hand van introductietekstjes, en zonder een keuze te maken. ‘Volgens mij ben ik eigenlijk te moe om nog negentig minuten…’
‘Ik ook.’
‘We kunnen hem morgen zien.’
‘We gaan hem morgen zien. Onthoud jij de titel?’

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
De koning van eens en ooit

De koning van eens en ooit

arthur
Uitgave: april 2019

Arthur, de koning van eens en ooit staat samen met Tolkiens In de ban van de ring aan de wieg van het fantasy-genre. Waar Tolkien een eigen universum schiep, baseerde zijn tijdgenoot White zich op de legende van koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel.
White maakte een vrije bewerking van het verhaal, waarbij hij de schijnwerper ook richt op Arthurs vrouw Guinevere en zijn vriend, de onverslaanbare Lancelot. Whites eigen ongelukkige jeugd, problematische liefdes en dito vriendschappen kwamen hem bij het schetsen van hun driehoeksverhouding goed van pas.
De schrijver permitteerde zich een cruciale ingreep in de oude legende: hij ruimde maar liefst tweehonderd pagina’s in voor het opgroeien van de vondeling Arthur. Als een Harry Potter avant la lettre beleeft de jongen onder leiding van tovenaar Merlijn vele leerzame avonturen in het dierenrijk. Het doel van deze opmerkelijke educatie: de wereld verlossen van het Recht van de Sterkste, de wortel van alle kwaad. Arthur bedenkt een Ronde Tafel, waar alle ridders die aanzitten gelijk zullen zijn. Met goede werken hoopt hij de ongepolijste vechtjassen in het gareel te houden. Maar dan begaat hij zelf een onvergeeflijke fout…
In deze nieuwe vertaling komt de queeste van Arthur op liefdevolle, humoristische, hartstochtelijke, pijnlijke en ten slotte hartverscheurende wijze opnieuw tot leven.

BONUS:

Regioquiz vanaf 1:34:00

koningsdag5koningsdag 2019B

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Noblesse oblige

Noblesse oblige

In dit boek bespreken Sander Schimmelpenninck en Ruben van Zwieten aan de hand van de levens van bevoorrechte mensen de Nederlandse economische elite, die de laatste decennia dominant is geworden. Geobsedeerd door hun eigen vermogen en kinderen zijn zij vergeten wat het betekent om tot de elite te horen. Economische welvaart is gaan samenvallen met geestelijke en sociale armoede; de nieuwe elite blijkt door haar meritocratische zelfbedrog nog erger dan de oude elite. Welke keuzes maakt de economische elite van nu, en in hoeverre kunnen die keuzes nog met de vrijblijvendheid van de afgelopen decennia begroet worden?
Over vermogensverschillen en kansenongelijkheid als andermans probleem en fakkels en hooivorken als immer reëler wordende angst.

Sander Schimmelpenninck (1984) is hoofdredacteur van zakenblad Quote.

Ruben van Zwieten (1983) is predikant en oprichter van De Nieuwe Poort, huis voor ontmoeting en inspiratie op de Zuidas in Amsterdam en aan het Weena in Rotterdam.

Schimmelpenninck - Elite gezocht@2.indd
Verschenen: april 2019

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Het doek van de overlevering gescheurd (Kundera)

Het doek van de overlevering gescheurd (Kundera)

kundera2

kundera3

Voor de wereld is een doek gespannen: het doek van de overlevering, van de voorgefabriceerde waarheid. Niet alleen conformisten, ook rebellen laten zich door dat doek misleiden: ook zij gaan uit van de kennis die het hun verstrekt, het doek zelf blijft buiten schot.

Behalve in een specifieke kunstvorm: de roman. Sinds Cervantes zijn antiheld Don Quichot op pad stuurde en Cervantes het doek scheurde – door de wereld in haar prozaïsche naaktheid te laten zien -, heeft de roman dat gebaar keer op keer herhaald. Door op die manier telkens nieuwe aspecten van het menselijk bestaan te onthullen heeft de romankunst haar eigen, autonome geschiedenis ontwikkeld, die nu misschien wel ten einde loopt: ‘De geschiedenis van de kunst is vergankelijk. Het gebabbel van de kunst is eeuwig.’

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
► Glossy

► Glossy

klooster
De glossy ‘Klooster!’, die in 2017 als eenmalige uitgave verscheen, ging dat jaar maar liefst 20.000 keer over de toonbank. Reden voor uitgever Adveniat het magazine te promoveren tot kwartaalblad.

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail