Archief van
Dag: 17 november 2018

Leesfragment

Leesfragment

De holle zerk

– New York, 29 mei 2018

(door onze speciale medewerker Natan Haandrikman)

1

Het gebouw van de Verenigde Naties deed me altijd al aan een staande grafsteen denken, maar nu er wolkflarden langs de blauwe lucht joegen, leek de zerk ook nog eens over te hellen om me in z’n trage val te verpletteren. De wind tilde de vlaggen van de aangesloten landen hoog op, en wond ze dan weer klapperend om hun mast. Ik probeerde me met een hoofdschudden van het gezichtsbedrog te ontdoen, maar bleef in trance naar de wolkenkrabber staan kijken, waarvan de scharnierende beweging zich niet zomaar liet wegredeneren.
Zelfs binnen nog, in de vergaderzaal van de Veiligheidsraad, waarde de duizeling door mijn hoofd, en was er de suggestie dat ik me in een langzaam kapseizend gebouw bevond. Ik stelde me aan. Ondertussen zochten mijn ogen de verlichte bordjes van de nooduitgangen. Een holle zerk, dat was een grafsteen op een koopje – die de wereld nog duur kon komen te staan.
‘Zo, Haandrikman, op jacht naar foto’s?’ Een Vlaamse collega, die ik wel vaker bij zulke gelegenheden trof. ‘Je verkoopt ze voor grof geld, begrijp ik.’
‘Door omstandigheden, Camiel, ben ik toegetreden tot de schrijvende pers.’
‘Ach ja, natuurlijk. Je zit ze op de hielen, ik weet het. Voor welke krant?’
‘Algemeen Nederlands Persbureau. Zeg, heb jij Moerasjko hier ergens gezien?’
‘Help me op weg, Natan.’
‘Grigori Moerasjko. Vrij lange man. Eeuwige stoppelbaard… bovenop kaal. Russisch journalist. Luis in de pels van het Kremlin.’
‘Standplaats Kiev,’ herinnerde Camiel zich nu. ‘Niet gezien.’ De zaal vulde zich met publiek, en ook het persvak raakte snel vol. Nog steeds geen Grigori.
‘Hij zou zeker komen,’ zei ik. ‘Hij volgt alles rond MX17. Hij heeft materiaal aangedragen voor dat rapport van vanmiddag…’ ‘Misschien is hij beducht voor de lijfwachten van de Russen,’ zei Camiel. ‘Je weet wat er toen in Washington gebeurd is.’
‘Dan ken je Grigori slecht… voor de duvel niet bang.’
‘Enfin, hij is vorig jaar toch ook, na al die bedreigingen, van Moskou naar Kiev gevlucht?’
Net op dat moment verzocht de voorzitter iedereen plaats te nemen. Ik keek nog eens het journalistengedeelte rond: geen Grigori. Camiel spoedde zich naar zijn laptop. De delegaties van de verschillende landen gingen zitten. De Russen en de Nederlanders zaten niet meer dan vier, vijf stoelen van elkaar af. Beter voor het drama als ze buren waren geweest. Ik lette goed op onze minister van Buitenlandse Zaken, die zo meteen het woord zou voeren. Een tengere man. Donkerblauw pak, hardroze stropdas. Het magere, ingevallen gezicht grauw van de zenuwen.
Ik was hier eerder: voor de eerste keer in juli 2014, bij de veelbesproken toespraak van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, kort na de ramp. De man probeerde de laatste ogenblikken van de 298 slachtoffers aanschouwelijk te maken, dus ook die van mijn ouders. Hoe ze elkaar ten afscheid nog in de ogen gekeken hadden, vingers ineenklauwend. Hij sprak vlekkeloos Engels, daar niet van, maar dat gaf nou juist iets vals aan de redevoering. Het was Tussen Kunst en Kitsch, een aflevering gewijd aan retorica. Later werd door experts voorgerekend dat een afscheid als door de excellentie geschetst alleen al qua tijdsspanne niet mogelijk was geweest. In een talkshow op televisie probeerde hij alsnog zijn gelijk te halen: er was beneden op de grond een slachtoffer met een geel kapje voor het gezicht aangetroffen. Zulke doden had ik op de crashsite ook gezien, door de seps voorzien van maskertjes die ze tussen de wrakstukken gevonden hadden: zuurstof voor de gestorvenen. Niet voor niets hadden de Russen het altijd over ‘een gemaskerde oorlog’.
Ik vreesde dat de enormiteiten in die toespraak van vier jaar geleden alsnog koren op de molen van de Russische ontkenners zouden zijn. Niet te vertrouwen, die Hollanders, ook toen al niet.
Na het optreden van de minister in juli 2014 had de Veiligheidsraad resolutie 2166 uitgevaardigd, die medewerking van alle betrokken partijen eiste bij het onderzoek naar de oorzaak van de ramp met MX17. Ook Rusland stemde toen voor. In de ondertussen verstreken vier jaar is met resolutie 2166 niets gedaan. De verslaggever die graag speelt met staande uitdrukkingen spreekt dan van ‘een oorverdovende stilte’. Een stilte die tot tinnitus kan leiden, zoals mijn lieve Branda overkwam toen haar stilte onverhoeds doorbroken werd.

heijden7
De auteur

 

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Megalomaan AFTH

Megalomaan AFTH

[AD, 17|11] Schrijven, schrijven, schrijven. Sinds 2010 leeft Van der Heijden, vroeger een geziene gast in de Amsterdamse horeca, in afzondering. De laatste tijd komt hij af en toe de deur weer uit, zoals onlangs, toen in Den Bosch een boekje werd gepresenteerd met wandelingen langs locaties in de stad die voorkomen in zijn boeken. Hartelijke mensen, leuke bijeenkomst, daar niet van, zegt hij, maar het geeft hem een gevoel van onrust als hij een dag niet achter de elektrische typemachine kruipt, boven in zijn werkkamer, tussen rijen archiefkasten met knipsels, documentatie, brieven. Tussen de vijftien manuscripten die in aanbouw zijn. Want niet alleen MX17 vraagt zijn aandacht, hij werkt ook aan een moderne versie van Sartres klassieker Les jeux sont faits, De teerling is geworpen. Een nieuw deel van de cyclus Homo duplex moet afgemaakt, zijn alter ego Albert Egberts uit De tandeloze tijd wacht om opnieuw tot leven te worden gewekt. En dan maar hopen dat zich tussendoor niet nog een onderwerp aandient.

Uiteindelijk, natuurlijk, draait het allemaal om het perfecte boek. Ooit liet hij voor de grap een minuscuul bibliofiel boekje maken, met als titel H O B – meer paste er niet op de omslag – Het Onmogelijke Boek. Het boek dat hij desondanks moet proberen te schrijven. Wellicht komt het nieuwe deel van De tandeloze tijd in de buurt, met de filosofische onderbouwing van het door Van der Heijden geïntroduceerde, complexe begrip ‘leven in de breedte’: het ondeelbare moment te pakken te krijgen, als het ware om de tijd een hak te zetten, stil te zetten en zo onsterfelijkheid te creëren, al is het maar op papier. Zo komt hij dicht bij de ontrafeling van het leven, zegt de schrijver. ,,Daar heb je de nodige megalomanie voor nodig, inderdaad. Het ligt nu eenmaal niet in mijn aard om binnen mijn mogelijkheden te blijven. Ik wil daar net bovenuit reiken. Dan mogen anderen wel weer zeggen: je bent te ver gegaan.”

heijdenm
“Mooi doodliggen” is dat wat je zegt tegen brave honden…

Want dat verwijt krijgt hij nog weleens: de boeken zijn te dik, te alomvattend, te ingewikkeld, te ambitieus. ,,Ik vind megalomaan een prachtige geuzennaam. Het past niet in de Nederlandse volksaard om megalomanen toe te juichen. Dat wil niet zeggen dat ik zo uitvoerig mogelijk probeer te zijn. Maar als ik wil uitwerken wat ik in gedachten hebt, kom ik vaak op grote boeken.” Ook  de nieuwe roman  Mooi doodliggen dijde als vanouds uit: het boek was bedoeld als novelle, het werden 368 pagina’s.

1

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail