Archief van
Maand: maart 2017

Book Festival

Book Festival

kochboekenweek2017kochmakkelijk-levenKreeg vanmiddag het Boekenweekgeschenk in mijn favoriete boekwinkel aan de Leusderweg en tot mijn stomme verbazing was daar Herman Koch himself aanwezig om te signeren! Hoe enorm slaat dan verwarring toe, want ik kreeg natuurlijk niet eerst het boekje en toen zag ik dat hij daar was – het ging anders: ik zag dat hij daar was (maar ik wist het niet) (ik wist het niet voordat ik daar binnenkwam) (ik wist het niet vooraf dus) en hem ziende zittende (hem, niet hij, want ik zag en hij zat), kocht ik Birk van Robben voor 12,50, spoedde mij naar de toonbank, betaalde, ontving (nog steeds ik) het geschenk en voegde mij bij de drommende menigte. koch-001En toen kreeg ik dat hij signeerde, toen signeerde hij, toen vroeg ik eerst beleefd, nee ik zei: niet vermoeiend zo in the picture? (rare vraag) Hij glimlachte, zei: hoort erbij, en zette de handtekening, en hij glimlachte nog een keer, maar niet voor mij, voor de volgende ongeduldige… Maar ik heb DIT unieke Koch-boek 2017!

robben-birk[recensie door Guus Bauer] Jaap Robben (1984) is nu eens een jonge schrijver die voor zijn romandebuut Birk niet gekozen heeft voor een ‘indringend tijdsbeeld’ inclusief alle moderne toeters en bellen, een soort social media literatureluur, maar voor het kleine verhaal verteld op een sobere, indringende manier. Verfrissend, ja, groots, mag je wel zeggen. Hij is dan ook geen nieuweling in het vak. Met een jeugdboek stond hij al eens op de shortlist van de Gouden Uil, de Vlaamse literatuurprijs die de naam heeft tegendraads te zijn. Robben is theatermaker en (stads)dichter. Af en toe komt in Birk een poëtisch beeld naar voren. Goed gedoseerd, passend bij de originele belevingswereld van de verteller, Mikael Hammerman, een fantasievolle en gevoelige jongen van negen die met zijn ouders Birk en Dora op een afgelegen eiland woont dat ergens tussen Schotland en Noorwegen ligt. Je zou daarbij aan Out Skerries ten oosten van de Shetland Eilanden kunnen denken of een van de Faeröer met als hoofdstad Tórshavn. Maar waar de plaats van handeling precies ligt en of dit eiland al dan niet bestaat, doet volstrekt niet ter zake. Een eiland is de ideale plek voor een schrijver om de omstandigheden maximaal te controleren en zo het gedrag een-op-een van mensen te kunnen bestuderen. Het eiland staat symbool voor het nieuwe begin, de mogelijkheid tot het vormen van een paradijs, een kans die de mens bijna zonder uitzondering altijd weer weet te verprutsen.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Het gaat goed!

Het gaat goed!

boekenweek2017[bron: nos.nl] Het gaat goed met het Nederlandse boek. Vanavond wordt met het traditionele Boekenbal de 82e Boekenweek geopend. Het is extra feestelijk voor het boekenvak dat de verkoop weer stijgt. Voor het tweede jaar op rij sinds de crisis is de omzet gestegen.

Het boekenweekgeschenk van dit jaar is  Makkelijk Leven, geschreven door de succesvolste auteur van Nederland, Herman Koch. Van zijn boek Het Diner zijn wereldwijd 2,5 miljoen exemplaren verkocht. Zijn boeken zijn vertaald in 42 talen voor 55 landen.

“Sinds het verschijnen van Het Diner in 2009 gaat er geen dag voorbij zonder vraag naar de rechten van Herman Koch”, vertelt rechtenmanager Dorien van Londen. Ze is op de Londense Boekenbeurs waar ze de rechten verkoopt van Nederlandse auteurs onder wie Herman Koch. “In korte tijd zijn er in Nederland 100.000 boeken van ‘Het Diner’ verkocht. Dat trekt de aandacht van het buitenland. Duitsland was snel geïnteresseerd, net als de Engelse en Amerikaanse markt.”

Wat meehielp bij de verovering van Amerika was juist een opvallend slechte recensie in de New York Times door Janet Maslin. “Zij noemde The Dinner een slecht boek over moreel verwerpelijke mensen. Dat maakte iedereen juist heel nieuwsgierig en toen is het balletje gaan rollen”, zegt Van Londen.

Wat Koch zo succesvol maakt is een combinatie van de tijdgeest, humor en vaart, denkt zijn vaste Engelse vertaler Sam Garrett. “Mijn landgenoten weten sociale satire te waarderen en dat het shockeert vinden ze interessant.”

Wel heeft Garrett even moeten zoeken naar de juiste toon en taal. “Koch vertaal je met beleid. Na de eerste dertig bladzijden van Het Diner miste ik de lichtvoetigheid. Ik had de tekst te mooi gemaakt. Toen ben ik opnieuw begonnen en had ik wel Hermans stem en tempo te pakken.”

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Twee auteurs

Twee auteurs

pradoWelke twee  auteurs  spelen een rol  in Tolky’s novelle Mondriaanzwart? Het zijn de Portugese denker en schrijver Amadeu de Prado, hij schreef zijn ene boek  Um ourives das palavras [Een goudsmid van woorden] (Lissabon 1975), en Harry Mulisch met zijn roman De verteller – of een idioticon voor zegelbewaarders (Amsterdam 1970).

mulisch5Mulisch zelf noemt De verteller hyperrealistisch. De geschiedenis is ondergeschikt aan de wijze van presenteren, waardoor het echter een moeilijk leesbaar boek is geworden. De kritiek reageerde in 1970 geïrriteerd; men sprak van een ‘on-boek’, ‘een lege verpakking’, ‘een boek van niks’, ‘geen boek’…

Tegenwoordig denk ik dat het zo in elkaar steekt: dat de erkenning van de verwarring de koninklijke weg is naar het begrijpen van de vertrouwde en toch raadselachtige ervaringen. Dat klinkt vreemd, ja eigenlijk absurd, dat weet ik. Maar sinds ik de zaak zo zie, heb ik het gevoel voor de eerste keer wakker en levend te zijn. — Amadeu de Prado

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Interview

Interview

N.a.v. Blaise Tolky, Mondriaanzwart (e-book), 2017

Hij dwaalt door de stad, zeiden voorbijgangers onder de toren die zijn naam dachten te kennen. Waar de tijd slaat zou hij kunnen zijn. En niet lang liet hij op zich wachten, te mooi om waar te zijn, maar toch. De hoed verraadde hem. Zonder ogen onder brede rand wist hij de weg. Een mond praatte in de schaduw. Blaise Tolky ja, zo je zegt. Kunnen we zitten in deze hof? Vervallen muurtjes, oud gras, wilde bloemen. Dit bankje, zei hij, als loopplankje. (Ik wacht. Hij is een schim. Lost bijna op in de hoge lucht.)

Mondrian, Piet 1872–1944. “Komposition in Farbe B”, 1917. Öl auf Leinwand, 50 × 44,7 cm.Niets ben ik zegt hij. De muze vaart door mij heen, ja die, mijn muze. Ik zeg, ik zei, – te schrijven ging, gaat – de moeizame weg moet regel zijn, regel of regels gelijnd. (Tijd voor mijn vraag:) – De novelle is wat u schrijft? De schrijver buigt het hoofd. Wie ben ik, zegt hij, zonder dit? Mijn naam vervliegt, mijn adem, mijn licht, mijn mond slaat dicht.

– Hebt u meer niet te zeggen? Uw volgend schrijven? Uitgeput? Nu al? Blaise Tolky kijkt mij aan. Spiegelt mijn vragen met zijn ogen. Mijn volgende boek, zegt hij, is mij beloofd. In zeven delen. Het wordt een roman. Geschreven met wenteltrapvaart.

– Ik las al een voorpublicatie! Dat meen je? – Dat weet u niet? Het verbaast me niet. Mijn muze is me altijd voor.

– Zou u ten slotte, zo is mijn vraag, uw novelle de lezer willen aanbevelen? De schrijver staat op, huivert zichtbaar, verliest kleren, decorum. Hij schudt zijn hoofd. Lees het niet, zegt hij. Niemand zal je geloven dat zij bestaat. De waarheid zo waarschijnlijk, zo verschrikkelijk waarschijnlijk, zo zeker, zo helemaal zeker, zo gekend. Zo zindoortrekkend. Het is niet van mij. Het komt vanwaar. Wil je weten van wie? Lees.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Novelle van Blaise Tolky gepubliceerd als gratis e-book

Novelle van Blaise Tolky gepubliceerd als gratis e-book

[Uit de proloog] Hij schreef over een heilige George, die in de binnenstad woonde, in een vervallen pand waar krakers in- en uitliepen, hij deed de deur open en dicht met een schuifslot aan de binnenkant. Hij vond in George een vader, een die zich over hem ontfermde, met hem praatte, die hem de wereld uitlegde en hem leerde schrijven. Als straatschoffie van een moeder die met haar mooie lijf een schamel loon verdiende en hem per vergissing gebaard had voor een naamloze vader, – als ouderloze had hij alles aan George te danken. George kleedde hem, gaf hem te eten en dekte hem toe als hij slapen ging. En alles wat hij te weten kwam wist hij van George en George wist wat hij wist uit boeken. Schrijf gedichten mijn jongen, zei hij, word schrijver. Hij las voor wat Frederik van Eeden had geschreven: ‘Over het hoogste en heiligste mag en kan gesproken worden in poëzie, wie anders beproeft, bederft de taal en schendt het heiligste.’ Ik wil schrijven over het hoogste en heiligste zei de jongen. Nee, zei George, dat wordt al eeuwen gedaan, ja zo in poëzie, maar jij, schrijf er niet óver, schrijf het, schrijf het hoogste en heiligste. – Wat moet ik schrijven dan vroeg de jongen. – Vergroot het geheel aan menselijkheid.

Het slothoofdstuk van Tolky’s vervolgverhaal ‘Spiegelschrift’ werd begin april verwacht, maar is nu al verschenen in zijn novelle Mondriaanzwart (als e-book)! Klik hier: ebook-mondriaanzwart  Tip: open het bestand in iBooks.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Transformaties van de literaire ruimte

Transformaties van de literaire ruimte

bakker
‘De nieuwe media vormen een belofte van een nieuwe, ‘secondaire’ oraliteit, een nieuwe gemeenschapszin op basis van een nieuwe communicatietechnologie.’
bakker2
‘Geschreven literatuur kan ook haar weg vinden op Internet.’

bakker3Wij maken in deze decennia een overgangstijd mee, wij leven in zekere zin in een tussentijd, aan het eind van de geletterde beschaving en aan het begin van het digitale informatietijdperk. Al is het dan niet precies zeker hóe, wij weten dat er dingen te veranderen staan, en wel zeer ingrijpende die direct ons zelfbewustzijn, denken en identiteit aangaan. In dat besef alleen al ligt besloten, dat onze schriftcultuur transcendentale bepalingen bezit, die constitutief zijn voor onze werkelijkheids- en waarheidservaring. Ten tijde van de klassieke geletterde periode, door George Steiner gedateerd van 1840 tot omstreeks 1900, zou niemand op dat idee gekomen zijn – zoals passagiers van de trekschuit nooit vermoed zullen hebben dat hun conceptie van het landschap samenhing met de trage manier van reizen die zij er op na hielden. Hadden die passagiers geweten dat er na hen een stoomtrein zou komen dan zouden zij zich de relativiteit van hun waarneming gerealiseerd hebben. Wij weten nu hoe betrekkelijk het typografisch tijdperk straks kan blijken te zijn geweest. Met dat vermoeden moeten we het vooralsnog doen, niet veel, maar het kan ons weerhouden van een al te grote zelfgenoegzaamheid of nostalgie. Laten wij voorlopig vooral nieuwsgierig zijn! [Jan-Hendrik Bakker, Tijd van lezen (slot inleiding)]

Voor meer over verschuivingen in het ontologisch patroon van de literaire verbeelding:

Lucas Husgenkostermul2evink

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Vrije geesten (2)

Vrije geesten (2)

nietzsche5Alles wat wij nodig hebben en wat ons pas bij het hoge peil van de afzonderlijke wetenschappen van tegenwoordig kan worden gegeven, is een chemie van de morele, godsdienstige en esthetische voorstellingen en gewaarwordingen, alsmede van al die roerselen die wij in het verkeer, in het groot en in het klein, van cultuur en samenleving, ja zelfs in eenzaamheid in onszelf ervaren: hoe zou het zijn wanneer deze chemie met het resultaat zou eindigen dat ook op dit gebied de prachtigste kleuren uit onedele, en zelfs verachtelijke stoffen zijn gewonnen? Zullen velen zin hebben om met dergelijke onderzoekingen mee te denken? De mensheid houdt ervan zich vragen over herkomst en begin uit het hoofd te zetten: moet je niet bijna onmenselijk zijn om de tegenovergestelde neiging bij jezelf te bespeuren?

(..)

nietzsche5
‘Moraal – Men moet de steigers weghalen als het huis gebouwd is.’ (p.544)

Het is het kenmerk van een hogere cultuur dat zij kleine onopvallende waarheden, die met strenge methoden worden gevonden, hoger waardeert dan de verblijdende en verblindende dwalingen, die van metafysische en kunstzinnige tijdperken en mensen stammen. Aanvankelijk heeft men voor de eerstgenoemde hoon op de lippen liggen, alsof hier onmogelijk gelijkwaardige zaken tegenover elkaar kunnen staan: zo bescheiden, eenvoudig, nuchter, zo schijnbaar ontmoedigend staan de eerste, en zo mooi, pralend, bedwelmend, misschien zelfs gelukkig stemmend staan de andere erbij. Maar het moeizaam verworvene, zekere, duurzame, dat voor elke verdere kennis grote gevolgen heeft, is toch het hogere; daarvoor partij te kiezen is mannelijk en een bewijs van dapperheid, eenvoud, ingetogenheid. Geleidelijk zal niet alleen het individu, maar de gehele mensheid tot deze mannelijkheid verheven worden, wanneer zij zich ten slotte aan de hogere waardering van de houdbare, duurzame inzichten gewent (..). nietzsche3Eertijds werd de geest niet door streng denkwerk in beslag genomen, zijn ernst was toen gelegen in het uitspinnen van symbolen en vormen. Dat is anders geworden; die ernst van het symbolische is een kenmerk van lagere cultuur geworden. Zoals onze kunsten zelf ook steeds intellectueler, onze zintuigen steeds geestelijker worden, en zoals men er bijvoorbeeld thans ook heel anders over oordeelt wat weldadig voor de zintuigen is dan honderd jaar geleden, zo worden ook de vormen van ons leven steeds geestelijker, voor het oog van oudere tijden wellicht minder verheven, maar alleen omdat het niet weet te zien hoe het rijk van de innerlijke, geestelijke schoonheid voortdurend  in diepte en omvang toeneemt en in hoeverre de geestrijke blik tegenwoordig voor ons allen meer waard kan zijn dan de mooiste constructie en het verhevenste bouwwerk.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Vrije geesten (1)

Vrije geesten (1)

nietzsche5nietzsche3nietzsche4Onze bestemming beschikt over ons, ook wanneer wij die nog niet kennen; het is de toekomst die ons heden de wet voorschrijft. Aangenomen dat het het probleem van de rangorde is waarvan wij mogen zeggen dat het ons probleem is, wij vrije geesten: nu, in de middag van ons leven, begrijpen wij pas welke voorbereidingen, omwegen, proeven, verlokkingen, vermommingen het probleem nodig had alvorens het voor ons mocht oprijzen, en hoe wij eerst de meest uiteenlopende en tegenstrijdige nood- en gelukstoestanden van ziel en lichaam moesten ondergaan, als avonturiers en oceaanzeilers van die innerlijke wereld die ‘mens’ heet, als landmeters van elk ‘hoger’ en ‘boven elkaar’ dat eveneens ‘mens’ heet – overal doordringend, bijna zonder vrees, niets versmadend, niets verliezend, ten volle van alles genietend, alles van het toevallige zuiverend en als het ware ziftend – tot we eindelijk mochten zeggen, wij vrije geesten: ‘Hier – een nieuw probleem! Hier een lange ladder, op de sporten waarvan wij zelf gezeten en geklommen hebben, – die wij zelf op een gegeven moment geweest zijn! Hier een hoger, een dieper, een beneden-ons, een ontzaglijk lange orde, een rangorde, die wij zien: hier – ons probleem!’ [Uit: Friedrich Nietzsche, Menselijk, al te menselijk (voorwoord)]

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail