Archief van
Dag: 23 maart 2017

Interview

Interview

N.a.v. Blaise Tolky, Mondriaanzwart (e-book), 2017

Hij dwaalt door de stad, zeiden voorbijgangers onder de toren die zijn naam dachten te kennen. Waar de tijd slaat zou hij kunnen zijn. En niet lang liet hij op zich wachten, te mooi om waar te zijn, maar toch. De hoed verraadde hem. Zonder ogen onder brede rand wist hij de weg. Een mond praatte in de schaduw. Blaise Tolky ja, zo je zegt. Kunnen we zitten in deze hof? Vervallen muurtjes, oud gras, wilde bloemen. Dit bankje, zei hij, als loopplankje. (Ik wacht. Hij is een schim. Lost bijna op in de hoge lucht.)

Mondrian, Piet 1872–1944. “Komposition in Farbe B”, 1917. Öl auf Leinwand, 50 × 44,7 cm.Niets ben ik zegt hij. De muze vaart door mij heen, ja die, mijn muze. Ik zeg, ik zei, – te schrijven ging, gaat – de moeizame weg moet regel zijn, regel of regels gelijnd. (Tijd voor mijn vraag:) – De novelle is wat u schrijft? De schrijver buigt het hoofd. Wie ben ik, zegt hij, zonder dit? Mijn naam vervliegt, mijn adem, mijn licht, mijn mond slaat dicht.

– Hebt u meer niet te zeggen? Uw volgend schrijven? Uitgeput? Nu al? Blaise Tolky kijkt mij aan. Spiegelt mijn vragen met zijn ogen. Mijn volgende boek, zegt hij, is mij beloofd. In zeven delen. Het wordt een roman. Geschreven met wenteltrapvaart.

– Ik las al een voorpublicatie! Dat meen je? – Dat weet u niet? Het verbaast me niet. Mijn muze is me altijd voor.

– Zou u ten slotte, zo is mijn vraag, uw novelle de lezer willen aanbevelen? De schrijver staat op, huivert zichtbaar, verliest kleren, decorum. Hij schudt zijn hoofd. Lees het niet, zegt hij. Niemand zal je geloven dat zij bestaat. De waarheid zo waarschijnlijk, zo verschrikkelijk waarschijnlijk, zo zeker, zo helemaal zeker, zo gekend. Zo zindoortrekkend. Het is niet van mij. Het komt vanwaar. Wil je weten van wie? Lees.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Novelle van Blaise Tolky gepubliceerd als gratis e-book

Novelle van Blaise Tolky gepubliceerd als gratis e-book

[Uit de proloog] Hij schreef over een heilige George, die in de binnenstad woonde, in een vervallen pand waar krakers in- en uitliepen, hij deed de deur open en dicht met een schuifslot aan de binnenkant. Hij vond in George een vader, een die zich over hem ontfermde, met hem praatte, die hem de wereld uitlegde en hem leerde schrijven. Als straatschoffie van een moeder die met haar mooie lijf een schamel loon verdiende en hem per vergissing gebaard had voor een naamloze vader, – als ouderloze had hij alles aan George te danken. George kleedde hem, gaf hem te eten en dekte hem toe als hij slapen ging. En alles wat hij te weten kwam wist hij van George en George wist wat hij wist uit boeken. Schrijf gedichten mijn jongen, zei hij, word schrijver. Hij las voor wat Frederik van Eeden had geschreven: ‘Over het hoogste en heiligste mag en kan gesproken worden in poëzie, wie anders beproeft, bederft de taal en schendt het heiligste.’ Ik wil schrijven over het hoogste en heiligste zei de jongen. Nee, zei George, dat wordt al eeuwen gedaan, ja zo in poëzie, maar jij, schrijf er niet óver, schrijf het, schrijf het hoogste en heiligste. – Wat moet ik schrijven dan vroeg de jongen. – Vergroot het geheel aan menselijkheid.

Het slothoofdstuk van Tolky’s vervolgverhaal ‘Spiegelschrift’ werd begin april verwacht, maar is nu al verschenen in zijn novelle Mondriaanzwart (als e-book)! Klik hier: ebook-mondriaanzwart  Tip: open het bestand in iBooks.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail