Archief van
Maand: januari 2017

Gevogel uitvogelen met klipklap van hoofdstukken die kaatsen van hier tot kijk nu dit en dan dat

Gevogel uitvogelen met klipklap van hoofdstukken die kaatsen van hier tot kijk nu dit en dan dat

moorCompositorisch indrukwekkend, de verhaallijnen ja, maar let eens op einde en begin van elk hoofdstuk, sterker nog: op het einde van elk hoofdstuk en de volgende hoofdstuktitel, te ontdekken valt een vraag en antwoord spel. Is het leuk bedacht in het auteurs hoofd? Het feit in herhaling lijkt ook De Moor te overvallen. Elk hoofdstuk dwingt tot omslaan naar een volgend hoofdstuk, en ja, als er steeds een vraag gorgelt als in een afvoerputje wil je weten of het verhaal ermee verdwijnt of overleeft. Soort van adembenemend verslavend hikhijg leeservaring levert het. Wat gebeurt hier? Denk je. En steeds. En ook steeds: nee he, niet weer! En ja, daar gaan we weer. Aan het einde van elk hoofdstuk word je zelfs bang voor de nog ongeziene titel bovenaan. Uiteindelijk zal er jouw antwoord staan. Zoiets.

[Uit een verslag van een gesprek dat Jeroen van Kan met De Moor had – door Rein Swart] Andermaal komen in de nieuwe roman van Margriet de Moor de wonderlijke wegen die mensen in het leven gaan tot uiting. De Moor is een beschaafde vrouw die niet wil verklaren, maar vooral tonen hoe het leven geleefd wordt. Alles wat ze schrijft is visueel, zegt ze, terwijl ze in haar eigen leven wazig ziet. Jeroen van Kan vraagt haar of haar boeken talentvoller zijn dan zij zelf is. De Moor beaamt dat grif. De verschillende hoofdpersonen in de roman gaan hun eigen gang. Van Kan vraagt hoeveel inzicht men in [de] gebeurtenis[sen] moet hebben. De Moor zegt dat het haar vooral om het tonen gaat. Ze beschrijft eerder het hoe dan het waarom, net zoals dat in de film gebeurt.

Bij voorbeeld zo:

 

moor-001

moor-002

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Hiervoormaals

Hiervoormaals

mulisch-archibaldAls debuut was Archibald Strohalm de eerste roman van Mulisch die daadwerkelijk is gepubliceerd. Hij had al eerder werk aan uitgeverijen gezonden, maar dat was geweigerd. Voor Mulisch was het een doorbraak. Niet alleen was het zijn eersteling, maar de roman effende ook de weg voor zijn andere boeken.

De hoofdpersoon Archibald Strohalm woont in een provinciestad dicht bij een plein met een kerk. Hij heeft een kantoorbaantje en woont alleen op zijn kamer. Vrienden heeft hij nauwelijks en zijn enige familielid is zijn zuster Jutje. Strohalm ergert zich in toenemende mate aan de poppenkastvoorstellingen van “Ouwe Opa”, een zonderlinge oude man die samen met zijn zoon Theodoor voorstellingen aan kinderen geeft op het plein. De voorstellingen zijn zeer religieus en somber van aard. Strohalm gaat in discussie met Ouwe Opa en deze daagt hem uit. Strohalm besluit zijn eigen poppenkastvoorstelling te gaan maken die in tegenstelling tot die van Ouwe Opa over het ‘hiervoormaals’ in plaats van het ‘hiernamaals’ zal gaan. Terwijl hij zich voorbereidt zakt Strohalm steeds verder weg in een soort gekte.

pasteltekening door Tonny Holsbergen
pasteltekening door Tonny Holsbergen

Hij ziet overal vogels opduiken, die niemand anders ziet en vindt vertroosting bij de oude boom Abram. Hij werpt zich totaal op het schrijven van zijn poppenkastvoorstelling. Hij neemt zelfs ontslag en verbiedt zijn zuster Jutje om hem te bezoeken. De enige die nog wel eens langs komt is het jongetje Bernard. Als Strohalm uiteindelijk zijn voorstelling geeft wordt hij uitgejouwd door de menigte. Strohalm had beloofd dat men om zijn voorstelling zou kunnen lachen. Maar niemand vindt zijn poppenkast leuk. Uiteindelijk verschijnt zelfs de schrijver van het boek ten tonele als de schepper, en vernietigt Strohalm.

De romans die Mulisch schrijft zijn nooit psychologische romans. Mulisch schrijft vanuit de mythe. Het verhaal van Archibald Strohalm beschrijft de worsteling van een schrijver met zijn werk, de schepper die ten onder gaat aan zijn eigen schepping. (bron: Wikipedia)

Mulisch in een Naschrift 1957: ‘Daar spookt het; de huid bladdert af in een (..) kernpsychologie.’

mulisch-eigen-landBEZOEK OOK DE interactieve flash-site VOOR EEN DWAALTOCHT DOOR MULISCH’ OEUVRE!

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Dit-is-literatuur

Dit-is-literatuur

doerr3
1e druk 2015, 11e druk 2016

[review] Diamanten, ze groeien in de diepten van de aarde waar het licht niet bijkomt, maar zijn bijna verblindender dan de zon. Een zo’n diamant is de ‘Zee der Vlammen’, een blauwe diamant met een rode gloed in het midden. De diamant is het onderwerp van legendes, waarvan de belangrijkste is dat de bezitter ervan niet zal sterven. Die zoektocht naar onsterfelijkheid is de drijvende kracht achter het verhaal dat Anthony Doerr in zijn roman op hartstochtelijke wijze vertelt.

doerr6Anthony Doerr creëert een fantasierijke wereld vol mythische verhalen, fabels en avonturen, waarbij de thema’s ‘licht’ en ‘radiogolven’ een grote rol spelen. Het licht bijvoorbeeld dat je voor je ziet als je je ogen dicht hebt – of wanneer je niet kunt zien. ‘Open je ogen en zie zoveel je kunt voordat ze voor altijd sluiten,’ zegt een innerlijke stem tegen Werner. En zoals de radio vertelt over een wondere wereld die Werner niet kan zien vanuit het duistere Duitsland, hoort Marie-Laure over een wereld – en leeft ze in een wereld – die ze niet kan zien vanwege haar blindheid. Met dank aan haar verbeeldingskracht ziet ze echter minstens zoveel als de mensen om haar heen.

doerrAnthony Doerr heeft aardig wat pagina’s nodig om zijn verhaal te vertellen (hij schreef tien jaar lang aan deze roman), maar uiteindelijk is geen zin overbodig. Als je het licht niet kunt zien is een bijzonder en overtuigend verhaal dat je laat zien dat zelfs in de donkerste tijden mensen in staat zijn hun eigen belangen minder zwaar te laten wegen dan die van een ander. Elk hoofdstuk is als het ware een steentje van een knap en gedetailleerd vormgegeven huis, of om het anders te zeggen, elk hoofdstuk is een radiogolf van een uiterst meeslepend hoorspel waarin alles perfect op zijn plek valt.

[bron: Martijn Joosse, mustreads.nl]

doerr4

doerr2 doerr7 doerr5

 

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Imre Kertész en het omhelzen van het lot

Imre Kertész en het omhelzen van het lot

[door drs. B.T. Wallet]

imre-kertesz4Uit lange jaren van schrijven ontwikkelde Imre Kertész een oeuvre waarin ieder woord op zijn plaats lijkt te staan, waarin geen woord teveel wordt gezegd. Maar waarin datgene wat gezegd moet worden, ook niet wordt verzwegen.

Wat is het dat ik telkens weer naar het werk van Kertész grijp?

Uiteindelijk is het Kertész’ visie op het leven, die me fascineert. (..) Zijn romans zijn geen filosofische verhandelingen, maar achter de indrukwekkende en tegelijk sobere verhalen steekt een weldoordachte visie. Uit zijn dagboekaantekeningen blijkt dat hij daarbij geïnspireerd is door verwante schrijvers en denkers als Franz Kafka, Albert Camus, Friedrich Nietzsche en George Orwell. Een goede ingang tot die visie biedt Kertész’ eersteling: Onbepaald door het lot.

Imre Kertész noemt Auschwitz ‘het grootste trauma van de mensheid sinds de kruisiging van Jezus Christus, al zal het waarschijnlijk nog decennia of zelfs eeuwen duren voordat men zich daarvan bewust is’.

De holocaust, zo betoogt Kertész, was geen noodlot dat de joden ‘overkwam’, maar een actief proces, waar reële mensen aan deelnamen. Ook hijzelf nam daaraan deel, zoals iedereen die op de een of andere manier betrokken was in het grote drama. Hij had zelf de keuze gemaakt voor een ‘vroege trein’, had zelf voetstappen gezet richting Auschwitz.

Dit inzicht stuurt Kertész’ beschrijving. Hij schrijft consequent vanuit de positie van iemand die de kampen meemaakt: hoe je je door een dag sleept, wat je blij en verdrietig maakt, welke keuzes je maakt en hoe je naar de mensen om je heen kijkt. Hij laat zien hoe groot de drang tot overleven is en hoezeer mensen zich aanpassen aan hun nieuwe rol en graag het beste geloven – ook al wijzen alle tekenen op iets anders.

‘Auschwitz’ openbaart iets van wie we zijn en van wat Europa is. Met zijn opmerking dat hij ook naar Auschwitz is gegaan, bedoelt Kertész dus niet een eventueel gebrek aan joods verzet te kapittelen. Integendeel, hij laat juist zien dat de actieve participatie van de joden, namelijk door keuzes te maken en te werken, onderdeel was van het door- en overleven van de Sjoa.

Dat lot is niet een klassiek-Grieks noodlot dat onafwendbaar en onpersoonlijk is en de mens van alle vrijheid beroofd. Het lot is uiteindelijk de persoon zelf en wat hij meemaakt. Het is een wisselwerking tussen hem en al die andere mensen. Gebeurtenissen en reacties daarop vormen samen de ruimte waarbinnen een individu zijn identiteit beleeft. Juist door dit lot te aanvaarden, door dat wat de mens gebeurt niet weg te drukken, maar een plaats te geven, wordt men vrij.

Het is deze gepassioneerde toe-eigening van een afschuwelijke periode in iemands leven – maar ook breder in onze Europese geschiedenis – die me telkens weer naar Kertész’ boeken doet grijpen.

Drs. B.T. Wallet (1977) is verbonden aan de vakgroep Hebreeuwse en joodse studies van de Universiteit van Amsterdam/ Uit: Wapenveld – over geloof en cultuur, juni 2007

> Lees ook het item Het geheime leven van Imre Kertész

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Herzberg ten voeten uit

Herzberg ten voeten uit

herzberg-oude-en-jongDyslexie

 

De boeken vliegen hier met grote kracht

tegen het raam. Vallen. Liggen verdwaasd

er onder, tot ik naar buiten ga, ze opraap.

Geen wonder dat ze wat verward zijn,

ik blader in ze, spreek ze troostend toe

beloof dat het in orde komt, dat

ik me in ze zal verdiepen, leg ze zolang

op vriendelijke stapel, een voor een, bij

soortgenoten. Ik zeg dat eerder werk

eerst af moet maar dat ik dan, zodra —

ach ja, ach arme boeken, ach arme mij

soms wijd ik me een hele avond

aan een van hen. Wat blijkt?

De knal, de val, terwijl ik me zo

voor ze inspan, de pijn daarvan

woekert verwoestend in mijn brein.

Judith Herzberg   

 

Een middag met Herzberg in 2016

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Debat/ bezinning/ poëzie

Debat/ bezinning/ poëzie

denieuwe-liefdePodium voor debat, bezinning en poëzie

De Nieuwe Liefde is debat, bezinning en poëzie. Debat om het over de wereld te hebben, bezinning om het over onszelf te hebben en poëzie om met woorden boven de chaos uit te stijgen.

denieuwel2Debat

Om orde te scheppen in de chaos en onze denkbeelden te analyseren, te onderzoeken en te toetsen. Debat is de manier om met elkaar te spreken over de wereld waarin we leven.

Bezinning

We keren de aandacht naar binnen en vragen ons af: wat wil ik? We bieden ruimte tot bezinning voor iedereen.

denieuwelPoëzie

Taal boven de chaos uit wakkert hartstocht aan en brengt de verbeelding aan de macht.

De zachte krachten zullen zeker winnen (…) 
Naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

Met deze dichterlijke woorden van Henriëtte Roland Holst opende voormalig koningin Beatrix het pand de Nieuwe Liefde, op 11 februari 2011. Het is, om met initatiefnemer Huub Oosterhuis te spreken, ‘een huis waar alles woont’.

[bron: denieuweliefde.com]

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Erfgoed

Erfgoed

joods_erfgoed-virtueel[bron: nos.nl] De titel Gids van joods erfgoed doet denken aan een handige reisgids, die je langs alle belangrijke plekken voert. Maar het is eigenlijk meer een boek, met veel tekst en relatief weinig foto’s en andere illustraties. Het is dan ook de weerslag van zo’n dertig jaar onderzoek.

“Dat er ook ongelooflijk veel Joods leven buiten Amsterdam was, werd vaag vermoed.”

Volgens de schrijvers is er behoefte aan zo’n boek. “Die Joodse verhalen van Amsterdam zijn redelijk bekend”, zegt Stoutenbeek. “Maar dat er ook ongelooflijk veel Joods leven buiten Amsterdam was, werd vaag vermoed maar niemand wist waar en hoe.” Per streek en plaats beschrijven de heren virtueel de vele gebouwen, monumenten, plekken en objecten die te maken hebben met de Joodse cultuur, religie en geschiedenis. In een mum van tijd reizen we van het Spinozahuis in Voorburg naar de resten van het imperium van textielbaron Menko in Enschede.

Wie het boek leest, heeft daarna een completer beeld van het Joodse leven in ons land. Van de oudste vermeldingen van Joden in de Noordelijke Nederlanden in de 13de eeuw tot de Joodse gemeenschap van nu, die nog zo’n 50.000 leden telt.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Buber lezen – II

Buber lezen – II

Die Welt ist dem Menschen zwiefältig nach seiner zwiefältigen Haltung.

Die Haltung des Menschen ist zwiefältig nach der Zwiefält der Grundworte, die er sprechen kann…

 

buber-jerusalem_artIK EN JIJ

vertaling, annotaties en typografie: LWvdS

[“Waarnemen, gewaarworden, voorstellen, willen, voelen, denken en dergelijke – alleen hieruit bestaat het menselijk innerlijk niet. Ze vormen samen het Rijk van het Het. Maar het Rijk van het Jij heeft een andere grond.”]

 

Er is geen onafhankelijk Ik, er is alleen het Ik van het grondwoord Ik-Jij en het Ik van het grondwoord Ik-Het. Als iemand Ik zegt, bedoelt hij een van beide. Dit Ik dat hij bedoelt, alleen dat Ik is[!] er wanneer hij Ik zegt. Ook als hij [alleen] Jij of Het zegt, is het Ik  er, van het ene of van het andere grondwoord.

Ik zijn en Ik zeggen zijn één. Ik zeggen en de grondwoorden zeggen zijn één. Wie een grondwoord zegt, treedt en [be]staat in dit woord.

*

[En dus:] Het leven van het menselijk innerlijk is niet alleen te vinden door transitieve werkwoorden. Het bestaat niet alleen uit activiteiten die iets tot voorwerp hebben. Ik neem iets waar. Ik word iets gewaar. Ik stel me iets voor. Ik wil iets. Ik voel iets. Uit al deze en dergelijke activiteiten alleen bestaat het menselijk innerlijk niet. Ze vormen samen het Rijk van het Het. [!] Maar het Rijk van het Jij heeft een andere grond.

*

Wie Jij zegt, heeft geen iets tot voorwerp. Want waar een iets is, is ook een ander iets; ieder Het grenst aan een ander Het; dit Het is er slechts doordat het grenst aan een ander Het. Maar als er Jij wordt gezegd, is er geen iets. Jij is grenzeloos. Wie Jij zegt, heeft geen iets, hij heeft niets. Maar hij staat [tot Jij] in de relatie [van het woord].

[“Het grondwoord Ik-Jij sticht de wereld van de relatie.”]

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Don Quichot grootste roman

Don Quichot grootste roman

don-quichot-001De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha ~ Miguel de Cervantes Saavedra

‘Kiest niet het hazenpad, laffe, verachtelijke schepsels, want het is maar één ridder die u aanvalt,’ roept Don Quichot tijdens zijn strijd tegen de windmolens in de waan dat het reuzen zijn. Zo klinkt deze vaak aangehaalde zin in de nieuwe vertaling van Barber van de Pol, die na vier jaar werk een nieuw literair monument in de Nederlandse taal heeft opgericht. Wie zo’n meesterwerk vertaalt moet zelf over evenveel moed als Don Quichot beschikken, want een leger critici staat klaar om het zwaard te heffen. Duizenden werken zijn er al geschreven over Cervantes en de Quichot is het meest vertaalde boek na de bijbel.

[bron: athenaeum.nl] Het boek dat Cervantes in 1605 publiceerde -het tweede deel kwam in 1615 uit- is beroemd geworden. Miljoenen lezers over de hele wereld hebben genoten van de talloze sterke verhalen die in de roman worden opgedist. Verhalen over Don Quichot van La Mancha die ridder wilde zijn in een wereld die niet meer in ridderlijkheid geloofde. Zijn gevecht met de windmolens is spreekwoordelijk geworden en dat de ridder zijn avonturen opdraagt aan zijn geliefde Dulcinea weet iedereen. Maar wie het kloeke boek waarin zijn wederwaardigheden zijn opgetekend leest, zal verrast worden door de hoeveelheid wijsheid die tussen het rijke boeket aan verhalen ten toon wordt gespreid en zal merken dat Cervantes heel wat meer te vertellen heeft dan de bekende verhalen die in omloop zijn. Al spelen de verhalen zich af in het zestiende-eeuwse Spanje, de lezer zal verwonderd staan over de moderne indruk die de roman ook vandaag de dag nog maakt.

(‘Voortreffelijk soepele vertaling’ Vrij Nederland ‘Hoe bespreek je een vertaling van twaalfhonderd bladzijden? Door naar waarheid te verklaren dat je steeds vergat op de vertaling te letten, zo natuurlijk loopt die. Het gaat om de stijl, de Schwung, de vaart en die zit erin, vierhonderdvierenveertigduizend woorden lang.’ de Volkskrant ‘Don Quichot is de eerste roman, die tegelijk een satire op de roman is. Die dubbelheid maakt het boek tot de grootste roman van alle eeuwen.’ Kees Fens)

don-quichoteDwaas dolende ridder

Alwin van Ee. Dit essay over de vertaling van de Don Quichot van Cervantes is eerder verschenen in Filosofie Magazine, jaargang 6 nr. 4, mei 1997

450 jaar na de geboorte van Miguel de Cervantes (1547-1616) wordt de dolende ridder Don Quichot van La Mancha eindelijk bevrijd van zijn geromantiseerde voorstelling. De vernuftige edelman van La Mancha mag, in de nieuwe vertaling van Barber van de Pol [14e druk 2016], weer gewoon gek zijn in een door en door wrede wereld.

Wie een kunstwerk uit vervlogen tijden beschouwt, kijkt altijd door de bril van de tussenliggende eeuwen. Oudere interpretaties schuiven als een voorzetlens tussen ons en het kunstwerk. Soms kan het nuttig zijn die oudere opvattingen te analyseren om de troebele vernislaag eraf te schrapen. Want troebel kan hij zijn. Zo heeft de negentiende eeuw ons beeld van deze dwaze windmolenbestrijder en zijn aardse schildknaap Sancho Panza ingrijpend beïnvloed.

Tot laat in de achttiende eeuw werd het werk algemeen gezien als komisch en amusant, waarin Don Quichot, die zoals bekend, gek is geworden door de lectuur van te veel ridderromans, belachelijk wordt gemaakt en er telkens flink van langs krijgt. Alles wijst erop dat Cervantes de lezer inderdaad louter wilde vermaken met de rare capriolen van de dwaze ridder. Begin negentiende eeuw vond er een verandering plaats: Duitse idealistische filosofen zagen Don Quichot niet meer als de waanzinnige die zijn absurde wereldbeeld verdedigt tegen de rest van de mensheid. Hij werd een heldhaftige strijder tegen de uiterlijke oppervlakkigheid der dingen. Humor werd slechts een instrument om tot de ware betekenis door te dringen.

Schelling, de filosoof van de Duitse romantiek, was toen wellicht de belangrijkste interpreet van de Quichot. In Philosophie der Kunst (1802) ziet hij als centraal thema van de Quichot de strijd tussen realisme en idealisme. Een twintigste-eeuwse Spaanse criticus schreef in het verlengde daarvan dat de alles overkoepelende vraag bij Cervantes luidt: ‘Wat is de aard van de objectieve werkelijkheid?’ Uiteraard zijn dat belangrijke thema’s in de Quichot, maar niets wijst erop dat Cervantes de relatie tussen schijn en wezen als filosofische vraag wil stellen. Hij goochelt voortdurend met de waarheid, brengt vele dubbele bodems aan en nodigt de lezer uit tot literaire spelletjes, maar alleen om zijn parodie op de ridderroman meer kracht bij te zetten en de lezer te amuseren. De Quichot is één groot spel.

don-quichoteVoor de romantici is het boek echter niet een groot spel. Men ging het boek steeds triester vinden, getuige de vaak geciteerde woorden van Byron: ‘Of all tales ‘tis the saddest – and more sad because it makes us smile.’ De romantiek maakte een tragische held van Don Quichot, in zijn tot mislukking gedoemde pogingen het hogere na te streven. Bijgevolg verdween Sancho Panza steeds meer naar de achtergrond: hij werd gedegradeerd tot de spreekbuis van eigenbelang en boerenverstand, terwijl we tegenwoordig het illustere duo veel meer als een onlosmakelijke eenheid beschouwen. De romantiek had dan ook weinig oog voor de toenadering tussen ridder en knecht (Don Quichot gaat in de loop van het verhaal meer op Sancho lijken en omgekeerd).

In het denken van de Romantiek was het niet langer toelaatbaar te lachen om krankzinnigheid. Men zag deze afwijking als een tragische ziekte, een meelijwekkende kwaal, die echter wel tot inzichten kon leiden die voor de rede ontoegankelijk waren. De waanzin maakte de held alleen maar tragischer. Ook in onze eeuw is het niet gepast krankzinnigen uit te lachen, maar dat was in de tijd van Cervantes wel anders. In de vijftiende eeuw werden in Europa de eerste tehuizen voor geestelijk gestoorden opgericht (de oudste in Spanje is dat van Valencia, in 1409), maar dat betekende niet dat men medelijden met deze mensen had: zo mocht het publiek op kermisdagen de binnenplaatsen van zo’n dolhuis op – wel tegen betaling, maar je kreeg er wat voor terug, want je mocht bij de hokken om de gekken te bekijken en te bespotten. En tussendoor kon je bij een koekkraam op krachten komen. Betalende patiënten hoefden deze vernedering niet te ondergaan. Deze drukbezochte dolhuiskermis heeft tot begin negentiende eeuw bestaan.

Nietzsche wijst er in Zur Genealogie der Moral op dat het niet lang geleden is dat volksfeesten en koninklijke bruiloften werden opgeluisterd met een terechtstelling, foltering of ketterverbranding en dat aanzienlijke families altijd wel iemand hadden op wie ze zonder bezwaar hun wrede spotternij konden richten. Nietzsche noemt de hertog en de hertogin uit het tweede deel van de Quichot, die de dolende ridder opzettelijk in geënsceneerde situaties brengen om hem tot krankzinnige daden te verleiden, puur ter vermaak en niet gehinderd door een slecht geweten. Het hertogelijk paar heeft het eerste deel van de Quichot gelezen en is dus uitstekend op de hoogte van zijn waanzin. De lezer mag als het ware door de verborgen camera meekijken en vol genot toezien hoe de dolende ridder erin geluisd wordt. ‘Wir lesen heute den ganzen Don Quixote mit einem bittren Geschmack auf der Zunge,’ zegt Nietzsche. Het is volgens hem bijna een marteling het te moeten lezen en daarmee staat hij ver af van Cervantes’ tijdgenoten, die zich bijna dood lachten om het grappigste aller boeken, zonder last van hun geweten.

don-quichoteHet is dus aannemelijk dat men vóór de romantiek onbekommerd lachte om de vele wrede mishandelingen die ridder en schildknaap ondergaan: een flink pak slaag was komisch, hoe bloederig en pijnlijk ook. Wie er tegenwoordig nog om wil lachen, staat vrij dat te doen. De meeste moderne lezers zullen echter meer plezier beleven aan bijvoorbeeld de virtuoze dialogen tussen Don Quichot en Sancho, die spreekwoord op spreekwoord stapelt, liefst totaal verkeerd gebruikt.

(..) Goede werken overleven hun interpretaties: ze zijn niet onder één hoedje te vangen. Ter Braak zegt wat stijfjes: ‘De moderne mens herkent iets van zichzelf in […] Don Quichote en daarom lust het hem die personages telkens weer onder het perspectief van zijn eigen “belangen” te zien.’ Dat is dan ook ruimschoots gebeurd in de bijna vier eeuwen dat het boek oud is. Lopen in het verhaal alle strevingen van Don Quichot op niets uit, buiten het boek heeft hij zijn interpretatoren tot nu toe overleefd. Gewoon leesplezier is gelukkig nog (of weer) mogelijk.

> Zie ook het item Ridderlijk!

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
De zee, de zee

De zee, de zee

 

Ze gingen voor een korte vakantie

van vijf dagen naar Texel

niet voor Den Burg

of voor het haventje

van Oudeschild

niet voor de vuurtoren

of de Eierlandse polder

maar om de zee te zien

die er straks

niet meer zijn zal

 

~ Leen Konings, januari 2017

 

♦ Een geweldig gedicht van Konings; het is als gedicht een (ver)dichtsel, het verwoordt het onvoorstelbare – zo niet, ware het geen gedicht verdichtseld. Het kan nu eenmaal niet gebeuren dat de zee niet meer zal zijn. Want zonder zee geen regen. En zonder regen wordt de aarde tot woestijn. Waar al het water verdampt kan ten slotte niemand leven. Vervalt alles tot stof wordt alles tot niets, wordt niets tot alles wat er is, wordt alles wat er was tot niets wat niet kan zijn, ziet niemand het licht, verdwijnt alles in het zwarte gat van het heelal; verdwijnt alles, keert het terug als sterrenstof, maar zonder zee of waterdamp, nee, geen levende ziel – geen planeet die aarde heet. Toch zegt de dichter zijn waarheid: ‘Ze gingen (..) /om de zee te zien/ die er straks/ niet meer zijn zal’. De zee niet meer de zee, niet meer te zien die zee. De zee van nu is niet de zee van straks. De zee van morgen is anders. Meer oeverloos. Nu nog begrensd, straks, een uur later al, spoelt de zee de zee als zee weg. In de branding breekt elke golf. Strandt de zee. Dag zee, we zien je wel weer, maar nu niet meer. Of kijk, ja toch! Dezelfde golven van ver.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Met dank aan de dichter voor zijn toestemming tot overname. Leen Konings brengt binnenkort zijn debuut uit, een bundel met gedichten, gebeden en gedachten.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail